‘Mensenrechten zijn in Nederland geen prioriteit’

door:
Vanmorgen is het jaarrapport van 2014 van het College van de Rechten van de Mens verschenen. Ze roepen de Nederlandse staat op het matje: de mensenrechten lijken in ons land geen prioriteit meer te hebben. Er wordt in het rapport teruggeblikt op verschillende gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Vervolgens beoordeelt het College wat ze van de reactie van de Nederlandse staat deze gebeurtenissen vonden.

Bed-bad-en-broodakkoord

Bij het afgelopen conflict over het verblijf van de uitgeprocedeerde asielzoekers, is het College een aantal dingen opgevallen. Er is zeker veel ophef over de zaak geweest in de media en in de politiek. De verschillende partijen zijn er heftig over in discussie geweest, ze stonden lijnrecht tegenover elkaar. Al deze aandacht voor een belangrijk probleem is natuurlijk positief. Echter heeft deze politieke strijd meer geresulteerd in aandacht voor de partijen en de ruzies in de politiek, dan dat er werkelijk aan de mensenrechten gedacht werd. ‘Het is een politieke discussie geworden, in plaats van een discussie over de rechten van de vluchtelingen’, aldus een woordvoerster in het rapport.

Ook zou het feit dat de uitgeprocedeerde asielzoekers moeten meewerken aan een terugkeer, niet kunnen volgens onze mensenrechten.

Aardbevingen in Groningen

Een ander kritiekpuntje welke in het rapport van het College naar voren wordt gebracht gaat over de aardbevingen in Groningen door de gaswinning.

Er is volgens het College veel te weinig rekening gehouden met de veiligheid van de Groningers, dit aspect heeft amper meegewogen bij het nemen van de beslissingen aangaande de gaswinning. Ook is er veel te laat met de burgers gesproken. Het woongenot van de Groningers wordt hierdoor sterk beïnvloed. Er worden in de politiek wel degelijk stappen gezet, echter houdt de minister telkens een slag om de arm. ‘Er zijn betere waarborgen voor participatie van de bevolking nodig’ aldus het rapport.

Deurbeleid horeca

Ook werd door het College in het rapport gesproken over het deurbeleid bij de horeca. Regelmatig krijgen ze klachten over discriminatie aan de deur bij uitgaansgelegenheden. Momenteel is het aan de horeca zelf om te voorkomen dat dit gebeurd en kan de overheid slechts een sanctie opleggen aan de eigenaren van de etablissementen. Volgens het College van de Rechten van de Mens leidt dit tot amper tot geen verbetering. De overheid dient veel meer invloed te hebben en intensievere regulatie van het deurbeleid te creëren om de discriminatie bij de ingang te stoppen.

Naast de bovengenoemde punten worden er in het rapport nog veel meer zaken besproken en bekritiseerd, zoals de behandeling van mindervaliden, discriminatie op de arbeidsvloer, mensenhandel en de verhouding tussen het Caribisch gebied en het vaste land van Nederland. Een link van het rapport vindt u bij de bronvermelding.

Uitspraken van het College van de Rechten van de Mens zijn juridisch gezien niet bindend. Wel is de rechter verplicht met de uitspraak rekening te houden en deze mee te nemen in zijn argumentatie en beoordeling. In de praktijk blijkt dan ook dat de uitspraken van het College in de rechtsbank vaak worden gevolgd.