?‘Satirische vrijheid is 50 jaar terug in de tijd gezet’

door:
Cartoonist Ruben Oppenheimer moet zijn cartoon over strafrechtadvocaat Theo Hiddema rectificeren. Dat heeft de rechtbank in Maastricht vrijdag bepaald in een kort geding dat was aangespannen namens Hiddema. Op Twitter was te lezen dat de rechtbank de spotprent als onrechtmatig zou zien.

De spotprent laat Hiddema zien met boven hem de tekst ‘Aangifte tegen louche advocaat om boek’. In de spreekballon staat ‘Maar ik ben geen homo’. De spotprent werd gemaakt naar aanleiding van een aangifte tegen Hiddema. Ben Zuidema had de aangifte gedaan wegens smaad in de biografie Mr. Hiddema, strafpleiter, dandy, dwarsligger. Er zouden enkele beweringen in het boek staan die onjuist zijn.

Hiddema spande een kort geding aan, omdat hij zich in zijn goede naam aangetast voelde. Het ging hem met name om het woord ‘louche’. De rechtbank stelde Hiddema in zijn gelijk. De cartoonist Oppenheimer had Hiddema niet als ‘louche’ mogen neerzetten, als ‘louche’ in dit geval de betekenis ‘onguur’ of ‘verdacht’ heeft. De rechtbank oordeelde: “Het enkele feit dat [naam priv├ędetective] [eiser] beschuldigt van omkoping, betekent niet dat deze beschuldiging ook juist is.” De rechtbank ziet de keuze voor ‘louche’ als ongepast indien Oppenheimer de advocaat op een satirische en spottende wijze had willen wegzetten als een op media-aandacht beluste advocaat. De vrijheid van meningsuiting beschermt de cartoonist in dit geval niet. De rechtbank noemt de uiting zelfs ‘onrechtmatig’.

In zijn verweer stelde Oppenheimer dat Hiddema zijn eigen naam en faam al aantast door zijn optreden in de media en dat Hiddema wel tegen een stootje moet kunnen. Het laatste wil de rechtbank hem nog wel nageven. Toch moet Oppenheimer binnen zeven dagen de spotprent rectificeren. Hiddema had daarnaast nog een verzoek ingediend tot schadevergoeding van 15.000 euro. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen, omdat dit te veel weg heeft van een boete.

Oppenheimer heeft aangegeven in hoger beroep te gaan. Op Twitter verkondigt hij dat de rechter volledig voorbij zou gaan aan het feit dat een cartoon geen nieuwsartikel is, maar een satirische uiting. “Met dit vonnis is de satirische vrijheid in Nederland zojuist 50 jaar terug in de tijd gezet.” Oppenheimer heeft op, hoe kan het ook anders, satirische wijze al een soort rectificatie geplaatst op sociale media.