De juridische positie van het kind bij een scheiding

Heeft de wetgever het kind voorzien van waarborgen?

Door: Latasha Steehouwer

In 2020 gingen ruim 29.965 echtparen uit elkaar. Zo'n 53,7 procent van die echtparen had één of meer kinderen. Dat een scheiding een grote impact heeft voor het kind, lijkt vrij evident. Zeker op lange termijn doen problemen zich voor, zoals gedragsproblemen, emotionele problemen en soms zelf lichamelijke problemen.[1]. Daarnaast ontstaan veel vragen rondom de situatie voor het kind. Blijf ik in mijn eigen huis wonen? Ga ik allebei mijn ouders evenveel zien? Wat als ik mijn ene ouder graag vaker wil zien? Kinderen kunnen zich machteloos voelen in deze situatie. Maar wat is de juridische positie van het kind bij een scheiding? 

 

Verschil tussen juridisch ouderschap en ouderlijk gezag

Eerst moet worden bepaald wie de ouders van een kind zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen juridisch ouderschap en ouderlijk gezag. Deze twee worden vaak met elkaar verward. Bij juridisch ouderschap ontstaat een familierechtelijke band tussen ouder en kind. Bij deze familierechtelijke band ontstaat een onderhoudsplicht, een recht op omgang en informatie, plicht tot raadpleging en het erfrecht wordt van toepassing. Ouderlijk gezag houdt onder andere in dat de ouder de wettelijke vertegenwoordiger is van het kind, de zorg draagt voor het kind, betaalt voor de kosten van het kind en betaalt voor het levensonderhoud en studiekosten van het kind.[2] De ouder met gezag gaat bijvoorbeeld over de schoolkeuze.[3] Kortom, de ouder met ouderlijk gezag heeft meer rechten en plichten betreffende het kind dan de ouder met juridisch ouderschap.

Juridisch ouderschap kan op verschillende manieren ontstaan. Ten eerste kan juridisch ouderschap van rechtswege ontstaan. Juridisch ouderschap ontstaat van rechtswege voor de vrouw die het kind ter wereld heeft gebracht. Daarnaast kan juridisch ouderschap van rechtswege ontstaan voor de partner (door huwelijke of door geregistreerd partnerschap) van de vrouw die het kind ter wereld heeft gebracht. Dit partnerschap moet bestaan ten tijde van de geboorte van het kind. Het is daarbij niet van belang dat de partner biologisch verwant is aan het kind. Juridisch ouderschap kan tevens worden verkregen via erkenning, adoptie of wanneer ouderschap gerechtelijk wordt vastgesteld.[4]

Ouderlijk gezag ontstaat ook van rechtswege voor de vrouw die het kind ter wereld heeft gebracht en haar partner (door huwelijke of door geregistreerd partnerschap) ten tijde van de geboorte. Zonder partnerschap kan de andere ouder een verzoek voor gezag indienen bij de rechtbank. Hiervoor is wel vereist dat de andere ouder het kind heeft erkend. Wanneer de erkenning wordt toegewezen, wordt een aantekening gemaakt in het gezagsregister.[5]

 

Het ouderschapsplan

Wanneer de ouders beslissen om uit elkaar te gaan, moeten zij de zorg en opvoeding van de kinderen vastleggen in het zogeheten ouderschapsplan. De ouders zijn verplicht dit plan op te stellen voor kinderen die jonger zijn dan achttien jaar. In dit ouderschapsplan moet ten minste worden opgenomen hoe de zorg en opvoeding wordt verdeeld (zorgregeling) of hoe de omgang met de kinderen wordt geregeld (omgangsregeling). Daarnaast moet worden opgenomen hoe tussen de ouders informatie wordt gegeven en wanneer ze elkaar zullen moeten raadplegen. Tot slot zullen de ouders de afspraken omtrent de kosten van de opvoeding en de verzorging van het kind moeten opnemen in het ouderschapsplan.[6] De kinderen moeten worden betrokken bij alle afspraken die over hen gaan.[7]

Zoals reeds vermeld, zal in het ouderschapsplan een zorgregeling of omgangsregeling worden opgenomen. De zorg- en omgangsregeling lijken erg op elkaar, maar er is wel degelijk een verschil. Een zorgregeling geldt voor ouders die allebei ouderlijk gezag hebben over de kinderen. Bij een omgangsregeling heeft slechts één ouder ouderlijk gezag over de kinderen. Dit wordt ook wel eenhoofdig gezag genoemd.[8]

 

Wijzigen

Het kan voorkomen dat de zorg- of omgangsregeling niet langer passend is. De ouders kunnen in dat geval gezamenlijk de zorg- of omgangsregeling wijzigen. Regelmatig komen de ouders niet tot overeenstemming met betrekking tot het wijzigen van de zorg- of omgangsregeling. In dat geval kan één ouder of kunnen beide ouders de rechter verzoeken tot het vaststellen van de regeling. De rechter stelt altijd de belangen van het kind voorop bij het nemen van een beslissing.[9]

De rechter kan ook ambtshalve de zorg- of omgangsregeling wijzigen, wanneer blijkt dat het kind deze wijziging op prijs stelt. Het kan voorkomen dat het kind zelf niet tevreden is met de zorg- of omgangsregeling. Zo kan het zijn dat het kind de ene ouder minder wil zien, of juist graag meer wil zien. Het kind kan dit laten blijken door bijvoorbeeld een brief op te stellen en te sturen naar de rechtbank. Het kind moet hiervoor de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt. Wanneer het kind de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, moet het kind in staat worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. De rechter zal bepalen of het kind hiertoe in staat wordt geacht.[10]

 

Recht om gehoord te worden

In civiele zaken betreffende het personen- en familierecht heeft de rechter de verplichting om betrokken kinderen in de gelegenheid te stellen om zijn mening kenbaar te maken. Deze verplichting heeft betrekking op kinderen die de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt. Kinderen jongeren dan twaalf jaar kunnen een verzoek indienen om gehoord te worden. De rechter heeft in dit geval een discretionaire bevoegdheid om te beslissen of het kind gehoord zal worden.[11]

 

Een kind kan zich machteloos voelen bij de scheiding van zijn ouders. De wetgever heeft echter geprobeerd waarborgen te bieden voor het kind. Zo zijn de ouders verplicht om een regeling te maken met betrekking tot het kind. Het kind is daarbij niet volkomen machteloos. Het kind moet worden betrokken bij deze regeling. Wanneer het kind niet tevreden is met de regeling, dan kan hij de rechter verzoeken om de zorg- of omgangsregeling ambtshalve te wijzigen. Ook heeft het kind de mogelijkheid om gehoord te worden bij civiele zaken die betrekking hebben op het kind. 

 

[1] ‘De belangrijkste gevolgen van een ouderlijke scheiding voor jeugdigen’, richtliijnenjeugdhulp.nl, 8 februari 2022.

[2] ‘Juridisch ouderschap en gezag’, inoverlegmediators.nl.

[3] ‘Schoolkeuze van je kind, welke ouder beslist?’, nl.hellolaw.com, 9 juni 2017.

[4] ‘Juridisch ouderschap en gezag’, inoverlegmediators.nl.

[5] ‘Wie heeft er het ouderlijk gezag over een kind?’, judex.nl.

[6] ‘Het ouderschapsplan’, rechtwijzer.nl.

[7] ‘Wat moet er in een ouderschapsplan staan?’, rijksoverheid.nl.

[8] ‘Wat is het verschil tussen een omgangsregeling en een zorgregeling?’, verder-online.nl.

[9] Art. 1:253a lid 1 BW.

[10] Art. 1:377G en at. 1:253A lid 4 BW.

[11] ‘Het hoorrecht en de procespositie van minderjarigen in familie- en jeugdzaken’, njb.nl.