Het glas breekt

door:
Vrouwen zijn doorgaans minder te vinden in de top dan mannen. Het zogenoemde ‘glazen plafond’ zorgt ervoor dat vrouwen tot een bepaald niveau kunnen opklimmen, maar niet verder, niet door naar de top. Wordt hier eigenlijk wel wat aan gedaan? En werkt dit ook? Laten we inzoomen op ons buurland België. Daar is onlangs een onderzoek geweest naar de uitwerking van de wetgeving.

In België is op 28 juli 2011 een wet ingetreden die gaat over de aanwezigheid van vrouwen in de bestuursraden van beursgenoteerde ondernemingen, economische overheidsbedrijven en de Nationale Loterij. De quotawet moet ervoor zorgen dat er meer vrouwen in deze hoge functies komen. De quotawetging bepaald dat beursgenoteerde ondernemingen en overheidsbedrijven minstens een derde vrouwen in hun bestuursraden moeten hebben. Voor de grote bedrijven geldt dat ze eerder aan de quotum moeten voldoen dan de kleinere beursgenoteerde bedrijven. De overheidsbedrijven moesten hier sinds 2012 aan voldoen vanwege hun voorbeeldfunctie, terwijl de werking voor de grote beursgenoteerde bedrijven pas in 2017 ingaat en voor de kleine bedrijven in 2019.

“Het feit dat veel vrouwen nog vaak moeten kiezen tussen moederschap en carrière en dat ze binnen hun gezin het meeste werk verzetten in het huishouden en de opvoeding, en het feit dat seksistische stereotypen blijven voortbestaan in sommige bedrijven en sectoren kunnen een verklaring zijn voor deze zwakke vrouwelijke vertegenwoordiging”, verklaart Liesbet Stevens, adjunct-directrice van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.

Heeft de dwingende wetgeving ook zijn vruchten afgeworpen?

Jazeker, in 6 jaar tijd is het percentage vrouwen in bestuursraden verdubbeld. Het aantal vrouwen in de top was in 2008 8,2% terwijl dit in 2014 al 16,6% was. Toch zijn de minimumdoelstellingen van minstens een derde vrouwen nog lang niet bereikt.

Maar is het instellen van een quotawetgeving geen discriminatie?

In België gaat het namelijk om een positieve verplichting. Zorgt dit er niet voor dat mannen juist gediscrimineerd worden in deze hoge functies? Het is dan wel een vorm van positieve discriminatie, maar toch. Het gaat dus in tegen de principes van gelijke kansen op de werkvloer, maar is dit niet de enige manier om ervoor te zorgen dat er ook vrouwen aan te top komen? Misschien is het wel een goede manier om de bedrijfswereld te laten wennen aan leidinggevende vrouwen.