Onbewust valse getuigenverklaringen en de dramatische gevolgen daarvan

door:
Veroordelingen worden vaak gebaseerd op getuigenverklaringen. Als meerdere mensen hebben gezien dat een misdrijf is gepleegd, is een veroordeling van de verdachte zo goed als zeker. Toch komen er jaarlijks onschuldige mensen in de cel terecht, mede door valse getuigenverklaringen, welke al dan niet bewust plaatsvinden. Want hoe betrouwbaar is ons eigen geheugen eigenlijk? En in hoeverre kunnen we ons situaties goed voor de geest halen als je de druk van een politieverhoor voelt?

Een onderzoek van de Universiteit van Washington uit 1974 toont aan dat de getuigenverklaringen ernstig beïnvloed kunnen worden door de manier van werken van de verhoorders. Dit zou betekenen dat de verhoorders deze verklaringen naar hun eigen hand kunnen zetten.

Het onderzoek van Elizabeth Loftus en John Palmer uit 1974 ging als volgt. Een groep proefpersonen kreeg een filmpje te zien van twee auto’s die frontaal tegen elkaar aan reden. Vervolgens werden ze hier over verhoord , op de manier dat dit bij een echte zaak ook zou gaan. Echter werd de vraag ‘About how fast were the cars going when they smashed into each other ?’ steeds bij de verschillende personen net iets anders gesteld. Zo werd voor het woord ‘smashed’ telkens een ander woord gebruikt, welke een steeds grotere ernst van het ongeluk aan zouden geven.

Bij die desbetreffende vraag werden de woorden ‘smashed’, ‘collided’, ‘bumped’, ‘contacted’ of ‘hit’ gebruikt. De getuigen, die allemaal hetzelfde filmpje hadden gezien, gaven gemiddeld hogere inschattingen van de snelheid van de auto’s, wanneer een woord werd gebruikt dat een zwaardere botsing aangaf.

Het experiment gaat nog verder. Een week later werden alle ‘getuigen’ teruggeroepen voor een tweede verhoor. Eén van de vragen die daarbij gesteld werd, is of er gebroken glas te zien was bij het ongeluk. Dit was niet zo. Toch gaven de getuigen die een week eerder het woord ‘smashed’ hadden gehoord in die ene vraag, vaker aan glassplinters rond te hebben zien vliegen dan getuigen die een week eerder het woord ‘contacted’ te horen kregen.

De auto’s hadden elkaar in het filmpje slechts zachtjes geraakt. Toch waren er, door de manier van vragen van de onderzoekers, getuigen die een week later er van overtuigd waren een botsing gezien te hebben waar de wagens elkaar met meer dan 60 kilometer per uur raakte en waarbij er glas in het rond vloog.

Slechts door het veranderen van één woord in de vraagstelling, schetsen de getuigen een compleet ander beeld over hoe het ongeval heeft plaatsgevonden. Taal heeft een grote invloed bij het getuigenverhoor. Dit wordt vaak over het hoofd gezien, een verhoor als in dit onderzoek had zo in Nederland plaats kunnen vinden. Een onbewust valse getuigenverklaring kan een onschuldig persoon de cel in brengen.

Om tot een veroordeling van een schuldige te komen, zijn vaak getuigenverklaringen nodig. Het is onmogelijk om deze verklaringen niet meer mee te nemen in een onderzoek, omdat ze onbetrouwbaar zouden zijn. Wat dit experiment vooral laat zien, is dat er altijd rekening moet worden gehouden met de psychologische achtergrond van de verhoren en de daar uitkomende verklaringen. Bij bewust valse verklaringen is de getuige natuurlijk strafbaar, maar is er verantwoordelijk voor als een onschuldige de gevangenis in moet door een onbewust valse verklaring? Eén woord in de vraagstelling bij een politieverhoor kan al resulteren in een valse getuigenverklaring en hiermee een onterechte veroordeling veroorzaken. Hoeveel mensen zullen er vandaag de dag nog onschuldig in de cel zitten?