Procederen tot in de vergetelheid: een interview met Willen van Lynden

door: door: door:

Amsterdam - Het vergeetrecht leidt tot een ongewenste paradox. Aan de ene kant procedeert men om ongewenste publicatie van persoonsgegevens tegen te gaan, maar aan de andere kant is dit juist een rechtsgebied waar aandacht voor gevraagd moet worden, omdat de huidige werkwijze van het vergeetrecht onze privacy niet goed waarborgt. Fiat Justitia gaat op gesprek met Willem van Lynden, oprichter en eigenaar van MediaMaze.

Als jij je recht wil uitoefenen zou dit zonder obstakels moeten kunnen. Wat als je hierin wordt tegengehouden door de dreiging dat dit juist meer publiciteit oplevert? Dit zijn afwegingen die gemaakt moeten worden bij het internetvergeetrecht. Willem van Lynden staat zijn cliënten bij om deze obstakels uiteindelijk te overwinnen.

Van Lynden is oprichter/eigenaar van MediaMaze en specialist op het gebied van de online reputatie. Van Lynden adviseert sinds 2012 over online reputatiemanagement binnen Google, ook wel zoekmachine reputatiemanagement genoemd. Door de grote hoeveelheid verzoeken aan, en procedures tegen Google is Van Lynden dé specialist op gebied van het ‘vergeetrecht’.[1]

In het verleden heeft FiatJustitia.nl dit onderwerp al besproken.[2] Nu ging de redactie met Van Lynden in gesprek over deze actuele rechtskwestie. Wij hebben gesproken over hoe deze specialist op het gebied van internetvergeetrecht aankijkt tegen de huidige werkwijze van de big data bedrijven. Van Lynden vertelt ons daarnaast over het fundamentele conflict tussen het recht van vrijheid van meningsuiting en het privacyrecht.

Om te beginnen, wat is het internetvergeetrecht eigenlijk? Sinds de intrede van het internet is niet alleen het inwinnen van informatie makkelijker geworden, ook blijft informatie uit het verleden veel prominenter aanwezig. Een man die jaren geleden kampte met sociale zekerheidsschulden werd daar nog door achtervolgd door zoekresultaten in Google. Zijn schulden waren allang verleden tijd, maar door de getoonde zoekresultaten leken ze toch actueel. Dit was het startsein voor het internetvergeetrecht. Het recht op vergetelheid heeft een bijzonder karakter. Hoewel het in de lijn van de gedachte van de AVG ligt, is het een recht dat – in eerste instantie – gebaseerd is op een heel specifiek gebied, namelijk het internet.[3]

Het recht op vergetelheid is een recht gecreëerd, of beter gezegd, uitgekristalliseerd, in de rechtspraak.[4] Het ligt verscholen in de zinsnede ‘in strijd met een wettelijk voorschrift’. Dat voorschrift is omschreven in de artikelen 7 en 8 van het Handvest en artikel 8 van het EVRM. Hierin ligt de beperking voor het verwerken van persoonsgegevens, namelijk dat deze slechts verwerkt mogen worden indien de verwerking noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang voor de verwerking verantwoordelijke. Het Hof voegt er echter aan toe dat de belangen en vrijheden van de betrokkene (die aanspraak maken op de bescherming uit hoofde van artikel 1 lid 1 van de Privacyrichtlijn) niet mogen prevaleren boven de belangen van gegevensverwerking (par. 74). Het Hof overweegt voortbordurend op deze overweging dat er een belangenafweging moet worden gemaakt tussen de belangen van de verwerker, die van de internetgebruikers in het licht van het recht op informatievergaring en de betrokken persoon (par. 76). Het Hof betrekt bij de belangen van de betrokkene artikelen 7 en 8 van het Handvest, zijnde het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het recht op bescherming van persoonsgegevens. Er dient een juist evenwicht worden gevonden tussen het gerechtvaardigde belang van de internetgebruiker, die potentieel toegang tot de betrokken informatie willen krijgen, en de hiervoor genoemde rechten van de betrokkene.

Hoe werkt deze uitspraak door in de praktijk? Van Lynden vertelt dat het maar zeer de vraag is of Google Nederslandssprekende medewerkers heeft voor de behandeling van verwijderingsverzoeken uit Nederland. De punten waaraan deze werknemers dit verwijderingsverzoek moeten toetsen zijn onbekend. Toch worden veel verzoeken afgewezen door Google. Daarnaast zijn afwijzingen niet of nauwelijks gemotiveerd, terwijl dit wel verplicht is. Doordat Google voor een verwijderingsverzoek slechts gelegenheid biedt tot het insturen van een online formulier, is het niet mogelijk uitgebreid gemotiveerde verzoeken in te dienen bij Google. Bewijsstukken in andere vormen zijn dus niet overlegbaar voor partijen die niet ingevoerd zijn in de exacte procedures hiervoor.. Dit leidt veelal tot een onveranderde situatie, waarin individuen (reputatie)schade lijden.Van Lynden zegt dat hij in zijn werkzaamheden onder andere veel artsen bijstaat. Deze ondervinden veel hinder van artikelen over hun handelen op het internet, vaak zonder tuchtrechtelijke uitspraak.

Individuen die bezwaar maken tegen koppelingen van Google, moeten opboksen tegen het grootste data-tech bedrijf ter wereld, dat verwijderingsverzoeken dus op onbekende manieren toetst aan het recht op vergetelheid. Uiteindelijk is het doel van die verwijderingsverzoeken om  de ongewenste publicatie van persoonsgegevens tegen te gaan. Door de hoge drempel die opgeworpen wordt door Google, is het vaak nodig om een gerechtelijke procedure te entameren. Dit zet de verzoeker voor een complexe paradox: procederen tegen Google en media-aandacht die daarbij gepaard kan gaan accepteren of accepteren dat ongewenste zoekresultaten voor jouw naam voor altijd terug kunnen blijven komen bij Google zoekacties.

Het recht op vergetelheid is inmiddels vijf jaar oud. Toch blijkt het heel moeilijk om dit recht goed uit te oefenen. Door Google worden veel barrières opgeworpen en uiteindelijk blijkt een gerechtelijke procedure in veel zaken de enige manier om gebruik te maken van het recht op vergetelheid. Van Lynden geeft aan dat er, veelal door onbekenheid van advocaten met dit specifieke recht, veel kansloze verzoeken bij de rechtbanken worden ingediend. Google voert deze procedures graag, de jurisprudentie die wordt gecreëerd is hierdoor immers in haar voordeel. Het geeft de vage scheidslijn weer aan wat wel en niet vatbaar is voor vergetelheid.

Lijkt het jou interessant om te werken in het internetvergeetrecht? Het bedrijf van Van Lynden is nog op zoek naar een enthousiaste stagiair. Voor meer informatie klik hier!

 

[3] G.J. Zwenne, ‘Het internetvergeetrecht na Google t. Costeja (HvJ EU 13 mei 2014, C-131/12)’, in: D.C. van Beelen e.a. (red.), Privacy en gegevensbescherming, Apeldoorn-Antwerpen: Maklu 2015, p. 51-71.

[4] HvJ EU 13 mei 2014, C-131/12, ECLI:EU:C:2014:317 (Google/Spain).


Discussie