Uitspraak: bedrijf maakt zich schuldig aan direct onderscheid op grond van geslacht

door:

Het College voor de Rechten van de Mens heeft als zijn oordeel uitgesproken dat Growwork Healthcare B.V. jegens een vrouwelijke werknemer verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht bij het niet-verlengen van haar arbeidsovereenkomst. De vrouw werd niet in staat gesteld te solliciteren op een interne vacature en het bedrijf liet haar niet in aanmerking komen voor een interne opleiding.

Wat was er nu precies aan de hand?

De vrouwelijke werknemer en verzoekster in deze zaak werkt sinds 26 augustus 2013 voor het bedrijf, dat werving- en selectie-, interim- en consultancydiensten aanbiedt aan instellingen in de gezondheidszorg. Het ging hier om een tijdelijke arbeidsovereenkomst tot 31 december 2013. De arbeidsovereenkomst werd per 1 januari 2014 met een jaar verlengd, tot 1 januari 2015. In april heeft de vrouw bij haar werknemer aangegeven dat zij zwanger is. het zwangerschapsverlof zou op 23 oktober 2014 in gaan. Echter heeft de vrouw van mei 2014 tot eind juni 2014 niet kunnen werken wegens klachten met betrekking tot de zwangerschap. In juli en augustus heeft ze weer geprobeerd aan het werk te gaan maar in augustus is ze volledig uitgevallen als gevolg van de klachten.

Op 1 september 104 heeft Growwork een mail naar haar werknemers verstuurd waarin staat dat de aanstellingen van de werknemers uit het Flexteam (waar de vrouw onderdeel van uitmaakt) na 1 januari 2015 worden verlengd. Daarnaast wordt in de mail een talentprogramma aangekondigd. Later in het najaar van 2014 worden een aantal interne vacatures opengesteld. Voor de zwangere werkneemster lijkt het voorgaande niet van toepassing te zijn. Zij ontvangt op 20 oktober 2014 via een ingesproken voicemail van haar leidinggevende het bericht dat de aangekondigde contractverlenging niet voor haar geldt. Op 21 oktober ontvangt ze een schriftelijke bevestiging dat haar arbeidsovereenkomst per 1 januari 2015 af zal lopen. Ook wat betreft het Talentprogramma lijkt Growwork een andere aanpak te hebben voor de zwangere werkneemster. Zij ontvangt, anders dan haar collega’s, geen informatiepakket over het Talentprogramma. De vrouw heeft daarop besloten een zaak aanhangig te maken bij het College voor de Rechten van de Mens. Pas nadat zij de zaak aanhangig had gemaakt, werd haar een contractverlenging aangeboden en werd haar alsnog het informatiepakket voor het Talentprogramma toegestuurd.

Wat is het juridisch geschil?

In deze zaak was het de vraag of Growwork Healthcare B.V. verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht. In art. 7:646, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat de werkgever geen onderscheid mag maken tussen mannen en vrouwen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst. In het vijfde lid van dit artikel is bepaald dat onder onderscheid wordt verstaan direct en indirect onderscheid. Verder is in het artikel bepaald dat onder direct onderscheid mede wordt verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap.

Wat is het standpunt van de partijen?

De werkneemster is de verzoekster in de zaak en verweerder is het bedrijf Growwork Healthcare B.V. Verzoekster beweert dat er in alle drie de gevallen (het niet-verlengen van het contract, niet in aanmerking laten komen voor een interne vacature en het uitsluiten van verzoekster voor het opleidingsprogramma) sprake is geweest van discriminatie op grond van haar zwangerschap en daarmee dus op grond van geslacht.

Het bedrijf ontkent dat er sprake is van discriminatie vanwege de zwangerschap. Er zou geen contractverlenging zijn gegeven omdat de productie en kwaliteit van het werk van de zwangere vrouw te laag waren. Zij zou gelijk behandeld zijn met collega’s die ook een lage productie hebben gehaald en om die reden geen contractverlenging hebben gekregen. Wat betreft het niet in aanmerking laten komen voor de interne vacature stelt Growwork dat de vrouw niet voldeed aan de functievereisten. Daarnaast speelde het niet per direct inzetbaar zijn van de vrouw een rol. Wat betreft het niet tijdig versturen van het informatiepakket geeft het bedrijf het verweer dat de vrouw vanwege haar zwangerschapsverlof de opleidingsbijeenkomst in december 2014 niet had kunnen bijwonen. Zij zou hierin hetzelfde behandeld zijn als collega’s.

Hoe oordeelt het College voor de Rechten van de Mens?

Het College (College voor de Rechten van de Mens, red.) stelt de verweerster in haar ongelijk. De onderproductie die verweerster ten grondslag heeft gelegd aan het beƫindigen van de arbeidsovereenkomst is niet gebaseerd op de periode dat verzoekster nog voluit werkte, maar op de periode waarin zij vanwege haar zwangerschap niet heeft gewerkt. Voor toepassing van het artikel 7:646 BW moet er geen terecht verweer van het bedrijf meer aanwezig zijn. Verweerster heeft echter het vermoeden van onderscheid niet kunnen weerleggen, oordeelt het College. Er is bij het niet-verlengen van de arbeidsovereenkomst dus direct onderscheid gemaakt, en dit is verboden.

Was er dan ook sprake van het maken van verboden onderscheid bij het niet in aanmerking laten komen voor een interne vacature en bij het uitsluiten van verzoekster voor het opleidingsprogramma? Het College stelt dat verzoekster niet in de gelegenheid is gesteld te solliciteren om redenen die gelegen zijn in het niet direct inzetbaar zijn van de verzoekster, dus vanwege haar zwangerschap. Er is dus ook hier sprake van direct onderscheid op grond van geslacht gemaakt door de werkneemster niet in aanmerking te laten komen voor een promotie.

Het College oordeelt over het uitsluiten van verzoekster voor het opleidingsprogramma dat ook hier direct onderscheid is gemaakt op grond van geslacht. Verweerster gaf namelijk als reden voor het niet versturen van het informatiepakket, het zwangerschapsverlof en de aan de zwangerschap gerelateerde arbeidsongeschiktheid. Er is verder niet van een wettelijke uitzonderingsgrond gebleken waardoor het onderscheid verboden is.

Uiteindelijk wordt de vrouw in haar gelijk gesteld en oordeelt het College dat er in alle drie de gevallen sprake is van het maken van een verboden onderscheid.