“De internationale gemeenschap gebruikt het internationaal strafrecht arbitrair om politieke doelen te bereiken”

door:
2 mei 2011 zal in de geschiedenisboeken belanden als het moment waarop `s nachts een team van Navy SEALs de zwaar beveiligde compound van Osama Bin Laden in Pakistan binnendrong en hem om het leven bracht. Kregen de Amerikaanse elitetroepen de opdracht om Bin Laden in de boeien te slaan, maar schoten ze hem dood in een vuurgevecht? Of was de taak bij voorbaat om Bin Laden om het leven te brengen? Dat voorkwam immers een complexe rechtszaak. Daarover bestaat onduidelijkheid. Over de arrestatie van Ratko Mladic bestaat wel duidelijkheid. Na jarenlange politieke druk werd de Servische oud-generaal op 26 mei jongstleden in de boeien geslagen. Hem wacht een lang proces bij het Joegoslavië-tribunaal. Fiat Justitia ondervroeg hoogleraar en advocaat professor Knoops over de dood van Bin Laden, het oppakken van Mladic en het functioneren van het Internationaal Strafhof.

U stelt dat de Verenigde Staten nooit de intentie hebben gehad om BinLaden levend in handen te krijgen, omdat zij geen baat zouden hebbenbij een langdurig strafproces. Wat zijn volgens u de consequenties wanneer bewezen kan worden dat de Navy SEALs inderdaad de instructie hebben gekregen dat zij Bin Laden om het leven moesten brengen?

Er moet hier onderscheid worden gemaakt tussen twee verschillende consequenties die voortvloeien uit deze casus. Om te beginnen kan worden beredeneerd dat het uitschakelen van terroristen binnen het Amerikaanse strafrecht legitiem is. Het Amerikaanse Congres heeft de President in september 2001 zeer uitgebreide bevoegdheden gegeven om de daders van de aanslagen op 9/11 op te sporen. Zo mag de President “all necessary force” gebruiken tegen deze daders, waarbij Osama Bin Laden als ‘het kwaad’ werd gezien.

Zo moesten bijvoorbeeld Saddam Hoessein, Radovan Karadzic en Ratko Mladic wel worden berecht, maar hoefde dit kennelijk bij Osama Bin Laden niet.

Volgens deze visie hebben de Navy SEALs dus gedaan wat ze op grond van het Amerikaans recht mochten doen.Een tweede consequentie heeft betrekking op de geloofwaardigheid van het internationaal recht. Aan de ene kant pretenderen we dat het internationaal recht voor iedereen gelijk is. Maar tegelijkertijd spreken politici met een dubbele tong als het gaat om ditzelfde internationaal recht.

Zo moesten bijvoorbeeld Saddam Hoessein, Radovan Karadzic en Ratko Mladic wel worden berecht, maar hoefde dit kennelijk bij Osama Bin Laden niet. Het verschil tussen deze casussen vloeit niet voort uit het internationaal recht, maar uit de internationale politiek. In deze lezing betekent het om het leven brengen van Bin Laden dus dat de internationale gemeenschap het internationaal strafrecht arbitrair gebruikt om politieke doelen te bereiken.

Was uw voorkeur uitgegaan naar het arresteren van Bin Laden en hem een (eerlijk) proces geven?

Zeker. Iedereen heeft recht op een eerlijk proces voor een rechtbank. Dit geldt ook voor (vermeende) terroristen.

Alhoewel het Internationaal Strafhof is opgericht met goede bedoelingen, heeft het deze nog niet kunnen waarmaken

Het is overigens interessant dat President Barack Obama, die toch meerdere malen heeft aangegeven dat hij vermeende terroristen op Guantanamo Bay in de Verenigde Staten wil laten berechten, aan Osama Bin Laden een andere behandeling heeft gegeven. Alhoewel Obama vaak de mond vol heeft van het herstellen van de rule of law, komen zijn acties hier niet mee overeen. Zo verleende hij ook immuniteit aan de CIA agenten die op Guantanamo Bay martelingen zouden hebben uitgevoerd!

In discussies over bijvoorbeeld het martelen van gevangenen, gebruiken voorstanders vaak het argument ‘het doel heiligt de middelen’. Kan het internationale recht om die redenen terzijde worden geschoven of dient de internationale gemeenschap zich te houden aan de regels zoals die er zijn?

Alhoewel deze vraag, zeker als het gaat om zogenaamde tikkende bom scenario’s waarbij het leven van onschuldige burgers in het geding zijn, altijd een lastige vraag zal blijven, zijn er goede redenen om toch niet tot martelen over te gaan. Laat ik hier een aantal praktische redenen noemen die ik ook beschrijf in mijn boek ‘Blufpoker’. Op de eerste plaats is nooit bewezen dat martelen een effectief middel is tot het verkrijgen van betrouwbare informatie. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat juist het tegenovergestelde, rapport building, dat wil zeggen: het opbouwen van een band met een gevangene, beter werkt dan martelen. Daarnaast beschrijft de Amerikaanse generaal Tony Zinni dat martelen door één partij in een conflict ervoor kan zorgen dat de andere partijen ook overgaan tot martelen. En zelfs als martelen op de korte termijn tot bruikbare informatie zal leiden, betekent dit op de lange termijn een ondermijning van morele en ethische autoriteit, waardoor je eigenlijk meer schade berokkent dan goed doet.

In 2002 is het Internationaal Strafhof in Den Haag opgericht. Hoe beoordeelt u de rol die het hof heeft gespeeld en de resultaten die zijn geboekt sinds de oprichting?

Alhoewel het Internationaal Strafhof is opgericht met goede bedoelingen, heeft het deze nog niet kunnen waarmaken. Op de eerste plaats hebben een aantal belangrijke landen, zoals de Verenigde Staten, maar ook Rusland en China, het Statuut van het Strafhof niet geratificeerd. Daarnaast is er veel tijd en geld gestoken in het onderzoeken van voornamelijk Afrikaanse oorlogen, en niet daarbuiten. Gaat het om hoge politici, dan zijn er tot dusverre internationale arrestatiebevelen uitgebracht tegen de president van Soedan Omar Al-Bashir, en de leider van Libië Kolonel Khadaffi tezamen met zijn zoon en zwager. Maar deze personen zullen alleen voor het Strafhof verschijnen als Soedan en Libië zelf deze personen uitleveren. Zolang deze politieke leiders aan de macht zijn zal dit niet gebeuren, en zelfs als ze niet meer aan de macht zijn, is het nog maar de vraag of ze niet in deze landen zelf zullen worden berecht in plaats van te worden uitgeleverd aan het Strafhof. Dit betekent dat internationale arrestatiebevelen van het Strafhof eigenlijk eerder een politiek signaal afgeven dan dat ze daadwerkelijk tot rechtszaken leiden.

Het functioneren van het Internationaal Strafhof staat ter discussie, onder meer vanwege de trage processnelheid. Is de processnelheid inderdaad te langzaam of is dat inherent aan de complexe aard van de zaken die worden behandeld?

Het onderzoeken van complexe zaken vergt tijd. Wat echter frappant is, is dat aan de dagvaarding van Omar Al- Bashir jarenlang vooronderzoek vooraf is gegaan, terwijl aan de drie(!) arrestatiebevelen tegen Khadaffi en zijn inner circle slechts 15 weken onderzoek voorafging. Wellicht dat dit kan worden toegeschreven aan het minder complex zijn van de situatie in Libië, dan de situatie in Soedan, maar het lijkt mij geloofwaardiger dat er politieke druk is geweest op het Strafhof om zo snel mogelijk tot actie over te gaan tegen Khadaffi, daar de internationale gemeenschap er baat bij lijkt te hebben dat Khadaffi zo snel mogelijk van het toneel verdwijnt. Weer lijkt het Strafhof dus een politiek instrument te zijn.

Dezelfde politici die in internationale verdragen met elkaar hebben afgesproken dat een strafproces niet van buitenaf bei¨nvloed mag worden, staan nu al in de rij om hun afschuw te uiten over de daden die Mladic zou hebben gepleegd

Zou het Internationaal Strafhof de mogelijkheid moeten krijgen om op eigen houtje verdachten te arresteren en over te plaatsen naar Den Haag?

Als advocaat ben ik niet de aangewezen persoon om hierop te antwoorden. Vanuit het perspectief van de aanklagers kan ik mij deze bevoegdheid voorstellen maar niet vanuit het perspectief van de verdediging. Daarnaast zal een dergelijke bevoegdheid een ingrijpende afbreuk betekenen op de soevereiniteit van landen. Het gevaar hiervan is dat juist daardoor veel landen helemaal zullen afhaken bij het Strafhof.

De Amerikaanse president Obama wordt voor de rechter gesleept door tien parlementsleden die claimen dat de deelname aan de strijd in Libie¨ ongrondwettelijk is, omdat er geen goedkeuring is van het Congres. Hoe belangrijk is het dat de volksvertegenwoordiging van een land zijn goedkeuring moet geven voor een militair ingrijpen?

Volgens de US War Powers Resolution dient een president in geval van een militaire interventie in het buitenland die langer dan 60 dagen duurt, expliciet om goedkeuring te vragen aan het US Congress. Het moet dan gaan om ‘hostilities’. Volgens Obama is er geen grondoorlog in Libië en is er dus geen sprake van ‘hostilities’. Hiermee legde Obama, zelf jurist op het gebied van Constitutioneel recht, het advies van twee van zijn juridische topadviseurs naast zich neer. Het is heel zeldzaam dat een president zoiets doet, maar juridisch mág het wel. Natuurlijk is de vraag of de interpretatie van Obama wel de juiste is. We zien toch dat de NAVO verder gaat dan alleen burgers beschermen: indirect worden de rebellen op de grond gesteund in hun gevecht tegen Khadaffi. En Amerikaanse drones (raketaanvallen met onbemande vliegtuigen) worden nog steeds op regelmatige basis afgevuurd. Als de toestemming van het US Congress ook nodig was voor vredesmissies waarbij de US forces op de grond waren (Somalie¨, Bosnie¨) dan kan niet ontkend worden dat een offensieve operatie in Libie¨ buiten de greep van het Congress zou vallen, zoals Obama beweert. De US House of Representatives nam revanche op Obama door de financiering van de militaire interventie in Libie¨ te beperken. Fundamenteel is echter: als deze War Power Resolution inderdaad moet worden gelezen zoals Obama dit ziet, zet dit een gevaarlijk precedent: aanvallen vanuit de lucht met drones en raketten vallen dan voortaan buiten het bereik van goedkeuring door het US Congress. Obama doet dan precies wat hij zijn voorganger Bush verwijt: Eigenmachtig een “oorlog” voeren... Beter was geweest: ‘Better to be safe than to be sorry’. Anders wordt Libië voor Obama wat Irak voor Bush was.

Aan het begin van zijn presidentschap zei Obama dat hij Guantanamo Bay zou sluiten. Tot op heden is er veel discussie over geweest, maar de gevangenis is nog geopend. Hoe adviseert u Obama te handelen?

Ik heb Obama in 2009 een advies hierover verstrekt via de VS ambassade in Den Haag. Obama heeft hier een heel lastig probleem. Op de eerste plaats kan hij de gevangenen niet zomaar op vrije voeten zetten, want de landen waar ze vandaan komen die willen de gevangenen niet meer terughebben, en er is altijd nog de angst voor recidieven. Veel andere Westerse landen die meedoen aan de War on Terror willen de VS echter ook niet helpen met het berechten van deze gevangenen. Obama ziet zich dus genoodzaakt om een Amerikaanse oplossing voor dit probleem te vinden. In eerste instantie wilde Obama Guantanamo Bay sluiten en een speciale federale gevangenis in de staat Illinois verbouwen om de gevangenen te huisvesten totdat ze berecht konden worden.

Dit alles laat nogmaals de selectiviteit zien waarmee de internationale politiek gebruik maakt van het internationaal recht

Maar het Senaat heeft hier een stokje voor gestoken door in de nieuwe begrotingsplannen expliciet aan te geven dat er geen geld mag worden gebruikt om Guantanamo Bay gevangenen in de VS te berechten. De angst hiervoor komt mede door de zaken van Guantanamo Bay gevangenen die al in de VS zijn behandeld. Op 26 juni 2006 oordeelde het Amerikaanse Hooggerechtshof in de zaak van Salim Hamdan, de voormalige chauffeur van Bin Laden, dat de zaken voor militaire commissies op Guantanamo Bay niet rechtsgeldigheid waren. En eind 2010 is in de Ghailani zaak, de eerste federale zaak tegen een Guantanamo Bay gevangene, slechts één aanklacht bewezen van de 285 aanklachten. Genoeg reden dus om sceptisch te zijn over de resultaten van federale rechtszaken tegen deze gevangenen. Op dit moment zit Obama dus in een patstelling. Als hij zich aan zijn belofte wil houden en Guantanamo Bay wil sluiten, dan zal hij bij de volgende begrotingsgesprekken koste wat het kost geld moeten vrijmaken voor deze rechtszaken. Het zou hierbij dan om honderden miljoenen dollars moeten gaan. Alleen als hij dit gedaan krijgt, kan Guantanamo Bay uiteindelijk gesloten worden. Daarnaast moet er een nieuw berechtingsmodel komen (zie mijn boek ‘Blufpoker’).

In mei is oud-generaal Ratko Mladic opgepakt. Vindt u dat het beginsel ‘onschuld tot het tegendeel is bewezen’ is geschonden vanwege de vele reacties van politici wereldwijd? Zo stelde Mark Rutte: “Dit laat zien dat niemand wegkomt met het plegen van zulke vreselijke misdaden.”

Veel politici zijn inderdaad hun boekje te buiten gegaan. Mark Rutte heeft ook aangegeven dat door de arrestatie van Mladic eindelijk het recht zal zegevieren. Hiermee loopt hij vooruit op een veroordeling van Mladic. Dus dezelfde politici die in internationale verdragen met elkaar hebben afgesproken dat een strafproces niet van buitenaf beïnvloed mag worden, staan nu al in de rij om hun afschuw te uiten over de daden die Mladic zou hebben gepleegd. Mladic is in de ogen van de hele wereld al veroordeeld, en alhoewel het strafproces tegen hem ongetwijfeld heel nauwkeurig zal worden opgezet, is het oordeel in feite al geveld. Dit alles laat nogmaals de selectiviteit zien waarmee de internationale politiek gebruik maakt van het internationaal recht. Het heeft vaak niets van doen met een eerlijk en zuiver strafsysteem, maar begint steeds meer te lijken op een Romeinse arena waar uiteindelijk de politieke macht, de keizer, beslist over leven en dood.

Milosevic, Karadzic en Mladic warenal op leeftijd op het moment dat ze werden gearresteerd. Heeft het nog zin om oorlogsmisdadigers te vervolgen op hoge leeftijd, wetende dat ze waarschijnlijk slechts een klein deel van hun gevangenisstraf zullen uitzitten?

Dat is niet aan mij als advocaat om te beoordelen. Vervolging op grond van het internationaal strafrecht is niet van leeftijd afhankelijk. Leeftijd vormt binnen het internationaal strafrecht geen bepalende factor.

Over Geert-Jan Knoops

De heer prof. dr. mr. Geert-Jan Alexander Knoops is parttime hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit Utrecht. Hij is tevens als partner verbonden aan het kantoor Knoops & Partners Advocaten. Als internationaal strafrechtadvocaat treedt hij onder andere op als defence counsel voor de verschillende internationale instanties, zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, het Rwanda-Tribunaal (ICTR), het Joegoslavië-Tribunaal (ICTY) en voor het Tribunaal voor Sierra Leone (Special Court for Sierra Leone). De heer Knoops is tevens ingeschreven als defence counsel bij het Internationaal Strafhof te Den Haag, alsmede tot de balie van het Cambodja Tribunaal. Hij heeft de rang van majoor (reserve) bij het Korps Mariniers. In deze hoedanigheid heeft hij tevens als juridisch adviseur opgetreden. De heer Knoops is lid van de Adviesraad van The Center for the Study of the United Nations Systems and the Global Legal Order, Sunsglow, New York, USA. Hij is associate editor van International Studies Journal (ISJ), een vaktijdschrift onder redactie van professors van binnen en buiten Iran.

Uit: Fiat Justitia, 2011, jaargang 23, nummer 4.