“Noodzakelijke resocialisatie weegt zwaarder dan mogelijke maatschappelijke onrust”

door:
Dat meldt de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming middels een persverklaring. Voor 14 oktober moet een besluit worden genomen door staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie over de verlof aanvraag van Volkert van der G. De Raad is van mening dat Van der G. op proefverlof mag.

Van der G. kreeg in 2003 een gevangenisstraf van achttien jaar opgelegd vanwege de moord op Pim Fortuyn. De politiek leider van de LPF werd op 6 mei 2002 doodgeschoten op het Mediapark in Hilversum. Van der G. kon vanaf mei 2013 aanspraak maken op proefverlof. In mei 2014 zou vervroegde vrijlating volgens de regels mogelijk zijn.

Staatssecretaris Teeven heeft eerder gezegd dat hij een proefverlof voor Van der G zou weigeren. En Premier Mark Rutte heeft het, vorig jaar tijdens het lijsttrekkersdebat, ondenkbaar genoemd dat Van der G ooit proefverlof krijgt. Als een minister van Veiligheid en Justitie op proefverlof zou aandringen, dan betekent dat volgens Rutte het einde van diens loopbaan. Rutte zei dat de dader van zon vreselijke daad zijn straf moet uitzitten. Als de regels in Nederland zon verlof wel mogelijk zouden maken, dan zouden die volgens Rutte moeten worden aangepast. Ook meer dan 40.000 mensen hebben de petitie van Hans Smolders, de voormalige chauffeur van Pim Fortuyn, getekend om te voorkomen dat Volkert van der G. vervroegd vrijkomt.

Van der G. heeft al drie keer eerder proefverlof aangevraagd, maar die werden
geweigerd door de gevangenisdirecteur. Hierna is Van der G. naar de
beklagcommissie gestapt. De beklagcommissie was van mening dat Van der G. op
proefverlof mocht. De directeur van de inrichting waar Van der G. verblijft ging bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming in beroep tegen het besluit van de beklagcommissie.

De Raad is het echter eens met de beklagcommissie en is van mening dat de maatschappelijke onrust die het verlof van Van der G. kan veroorzaken niet opweegt tegen zijn noodzakelijke resocialisatie. Een gedoseerd vrijhedenbeleid, waarbij verlofmogelijkheden geleidelijk worden uitgebreid naarmate de einddatum nadert is bij uitstek het middel om de veroordeelde te laten voorbereiden op zijn terugkeer in de samenleving en om de samenleving te laten wennen aan de terugkeer van de veroordeelde, aldus de Raad.