“Strijden tegen terrorisme is strijden tegen mensenrechtenschendingen”

door:
Sinds hij in 1989 naar Nederland kwam, staat de academie centraal in het leven van Afshin Ellian. Binnen vijfenhalf jaar studeerde hij aan de Universiteit van Tilburg af in strafrecht, staatsrecht (internationaal recht) en filosofie. Prof. Ellian is thans hoogleraar sociale cohesie, burgerschap en multiculturaliteit aan de Universiteit van Leiden.

Welke persoon of gebeurtenis acht u van grote betekenis voor de historische ontwikkeling van de mensenrechten?

Ik kan heel veel namen noemen maar er zijn twee namen die er echt uitspringen, namelijk: Hitler en Stalin. Zij hebben door hun gruweldaden een enorme bijdrage geleverd aan de historische ontwikkeling van mensenrechten. De vervolging van de Joden en andersdenkenden in Europa heeft immers geleid tot het vaststellen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarnaast heeft ook een man als Roosevelt, met zijn befaamde formulering van de vier vrijheden na de Tweede Wereldoorlog, een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van mensenrechten. Maar ook Churchill zou in deze context genoemd kunnen worden. Deze mannen hebben het denken over mensenrechten echt nieuw leven ingeblazen.

De invoering van mensenrechten schiep een klimaat waarin de macht werd geseculariseerd

Aan mensenrechten wordt vaak een universeel karakter toegeschreven. Toch zijn mensenrechten voornamelijk in het Westen echt tot bloei gekomen. Waarom denkt u dat de rechten van de mens in het Midden-Oosten nooit echt tot groei zijn gekomen?

Mensenrechten moeten worden beschouwd als het product van een historisch proces. Men moet echter onderscheid maken tussen de inhoud en de plaats van mensenrechten. Met betrekking tot de plaats van mensenrechten zijn we verplicht terug te gaan tot de Franse Revolutie. Met de afkondiging en invoering van de rechten van de mens werd een soort seculiere samenleving tot stand gebracht. In de Middeleeuwen werd de rechtsorde afgebakend met het goddelijke. Het recht werd steeds gelegitimeerd met een verwijzing naar het goddelijke. Dat werd beëindigd.

De legitimatie van het recht werd vervolgens met een beroep op mensenrechten gezocht in de samenleving zelf. De invoering van mensenrechten schiep dus een klimaat waarin de macht werd geseculariseerd. Er werd een strikt onderscheid gemaakt tussen de politiek, het recht en de religie. Religieuze leiders konden geen richting meer geven aan de machtsuitoefening. De inhoud van mensenrechten dicteert in feite de relatie tussen de burger en de overheid. De overheid kan niet meer ongelimiteerd macht uitoefenen, maar moet rekening houden met de rechten van de mens.

Men moet niet vergeten dat deze ontwikkeling, teweeggebracht door de invoering van mensenrechten, in direct verband staat met de vele strijden die op het Europese continent zijn gevoerd, bijvoorbeeld tussen katholieken en protestanten, over het begrip tolerantie en over de rol van de religie bij de staatsinrichting. Dit soort conflicten zijn nog steeds gaande in het Midden-Oosten. Een markant voorbeeld is het huidige Iran. Daar heeft Akbar Ganji, een filosoof en journalist die nu in de gevangenis zit, in zijn ‘Republikeinse Manifest’ de noodzakelijke ontwikkelingen uiteengezet voor de totstandkoming van een democratische rechtstaat.

De val van Saddam Hussein is pas het begin van een strijd om democratie in Irak. Het is een strijd die gestreden moet worden en die vele offers zal vergen.

Ganji trekt dan ook de conclusie, dat deze ontwikkelingen in Iran en het Midden-Oosten nog bezig zijn. Het is echter totaal onjuist te beweren dat moslims niet in een democratische rechtstaat kunnen leven. Net als er een verschil is tussen katholieken en het katholicisme, is er ook een verschil tussen moslims en islam. Katholieken kunnen in een democratie leven, maar het katholicisme is onverenigbaar met een democratische rechtsorde. Dat weet zelfs de paus. Hetzelfde geldt voor moslims en de islam. Moslims kunnen heel goed leven in een democratie en doen dat ook. Maar de islam zelf is onverenigbaar met een democratische rechtstaat. De opvatting die soms geuit wordt – dat moslims niet in een rechtstaat kunnen leven – is dan ook volstrekte onzin.

Maar we zien in het huidige Irak dat een enorme hoeveelheid mensen het woord van de religieuze leider, Ayatollah Sistani, hoger plaatsen dan hetgeen in een Constitutie zal worden opgenomen. Kan men dan niet oordelen dat die groep mensen gewoon niet klaar is om te leven in een pluriforme democratische rechtstaat?

Dat is een belangrijke vraag. Het is moeilijk om die vraag op dit moment te beantwoorden aangezien de situatie in Irak van dag tot dag verandert. Het is uiteraard een grote belemmering voor de democratisering van Irak dat er velen zijn die minder waarde hechten aan het woord van door hen gekozen leiders, dan aan de opvattingen van een niet gekozen leider als Sistani. In tegenstelling tot de flauwekul die Rumsfeld heeft verkondigd, zal Irak niet morgen democratiseren. De val van Saddam Hussein is pas het begin van een strijd om democratie in Irak. Het is een strijd die gestreden moet worden en die vele offers zal vergen.

Wat vindt u van het proces van ‘Nationbuilding’ waar de V.S. in Irak mee bezig zijn? Denkt u dat mensenrechten überhaupt van buitenaf aan een volk kunnen worden opgedrongen?

Mensenrechten moeten vanuit de samenleving zelf groeien, dus in principe kan het niet. Maar het paradoxale is dat het wel met succes is gebeurd. Japan is van buitenaf gedemocratiseerd. Ik hoef Nederlanders natuurlijk niet de wreedheden van de Japanners gedurende de Tweede Wereldoorlog uit te leggen. De Amerikanen hebben voor Japan, gedurende de bezetting, een constitutie geschreven waarin grondrechten werden vastgesteld. Japan is daar echt niet slechter van geworden.

De mensenrechtensituatie in derdewereldlanden is van groot belang voor de veiligheid in Europa.

Ik noem als voorbeeld Japan en niet Duitsland, omdat Duitsland tot de Europese beschaving behoort. Duitsland heeft in de Tweede Wereldoorlog een aanslag gepleegd op zichzelf. De Amerikanen hoefden na de Tweede Wereldoorlog de Duitsers niet uit te leggen wat de rechten van de mens inhouden. Als onderdeel van Europa wist Duitsland dat wel, maar heeft die wetenschap even opgeschort. Japan moest echter van A tot Z onderwezen worden in het leerstuk van de mensenrechten. Het proces van de Japanse modernisering en de daarmee gepaard gaande problemen is overigens mooi in beeld gebracht in de film ‘The Last Samurai.’

We zien ook dat Afghanistan mooi op koers ligt. Ook daar zal echt niet morgen een gezonde democratie tot stand komen, maar langzamerhand gaat het de goede kant op. Vier miljoen kinderen gingen het afgelopen jaar naar school, de machthebbers worden democratisch gekozen en kranten kunnen vrij worden gepubliceerd. Er zijn zelfs kranten die de Amerikaanse regering bekritiseren. Dat zijn allemaal stappen in de goede richting, stappen waar wij oog voor moeten hebben.

Is er in de geschiedenis van het Midden-Oosten ooit sprake geweest van een democratisch bewind?

Zeer kortstondig. Eind jaren veertig kwam de regering van Dr. Mossadegh aan de macht in Iran. Mossadegh was een echte democraat. In Iran heerste toen, gedurende een kleine vier jaar (relatief gezien) een democratische rechtsorde. Alle politieke verenigingen, zowel aan de linker- als de rechterkant van het politieke spectrum konden vrijelijk opereren. Het was een interessante tijd. Aan zijn regering kwam echter in 1953 abrupt een einde door een staatsgreep van de Shah van Iran. Misschien is er ook in andere landen van de regio sprake geweest van een kortdurende democratische regeringsperiode. Maar een echt langdurige democratische rechtsorde, waarin de mensenrechten worden gehonoreerd, waarin linkse partijen zo verstandig zijn om niet constant Sovjet-propaganda aan te hangen en rechts niet voortdurend Washington om advies vraagt, dat is voor het Midden-Oosten een vreemde zaak.

De aantrekkingskracht van de Europese Unie heeft in Turkije grote verbeteringen teweeggebracht. Denkt u dat van een op ten duur succesvol mensenrechtenbeleid, een reflexwerking zal uitgaan jegens andere islamitische landen?

Ik denk het niet. Dat lijkt mij een vorm van ‘wishful thinking’. Ten eerste houden Arabieren niet echt van Turken. De Arabieren hebben vroeger zwaar geleden onder de Turkse Sultans. Ten tweede is Turkije al sinds lange tijd lid van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Wat voor invloed heeft dat gehad op andere landen in het Midden-Oosten? In buurland Iran is die invloed in ieder geval nihil. Bovendien wordt Turkije door Arabische leiders helemaal niet geaccepteerd als een islamitisch land. Dat is ook de tragiek van Turkije: het wordt noch gerekend tot een lid van de islamitische beschaving, noch tot een lid van de Europese beschaving.

Als in Saoedi-Arabië een verlicht regime regeerde, dan zou er geen interesse zijn om in Nederland, zoals in de jaren tachtig, moskeeën te gaan bouwen waar allerlei radicale ideologieën werden gepredikt.

Terrorisme vindt vaak een voedingsbodem in landen als Saoedi-Arabië en Iran. Kunnen de grootschalige mensenrechtenschendingen in die landen gerekend worden tot de oorzaken van de groei van het terrorisme daar?

Ja, dat is de grootste oorzaak van het ontstaan van het terrorisme. Terrorisme is op de keper beschouwd niets anders dan de radicalisering van schendingen van de rechten van de mens. Strijden tegen het terrorisme betekent strijden tegen mensenrechtenschendingen. Als in Iran een democratisch bewind aan de macht zou zijn, dan zouden de leiders natuurlijk geen terroristische organisaties steunen. De leiders zouden dan, als ware democraten, juist terroristische organisaties uit de weg ruimen. Hetzelfde geldt voor Saoedi-Arabië. Als daar een verlicht regime regeerde, dan zou er geen interesse zijn om in Nederland, zoals in de jaren tachtig, moskeeën te gaan bouwen waar allerlei radicale ideologieën werden gepredikt.

Hoewel men begrijpelijkerwijs het Amerikaanse beleid met wantrouwen kan aanschouwen, moet het in Amerika gegroeide besef, dat de veiligheid van het Westen in direct verband staat met de situatie in het Midden-Oosten, worden gesteund. Mijn generatie heeft altijd de Amerikanen opgeroepen om de groei van democratie in het Midden-Oosten te steunen. In die zin hebben de aanslagen van 11 september een wonderbaarlijke verandering teweeggebracht. Amerikanen, en ik zeg het heel voorzichtig, beginnen nu immers in die termen te denken.

Denkt u dat de recente gemeenteraadsverkiezingen in Saoedi-Arabië en de verkiezingen in Egypte oprechtepogingen zijn om in die landen een begin van een democratisch bestel in te voeren?

Het woord ‘oprecht’ moet met betrekking tot het Midden-Oosten altijd tussen aanhalingstekens worden geplaatst. Oprechte mensen zitten in de gevangenissen van Teheran en overige hoofdsteden van die regio. Deze ontwikkelingen in Saoedi-Arabië en Egypte zijn tot stand gekomen onder druk vanuit de V.S. en Europa. Amerikanen en Europeanen geloven daadwerkelijk dat de participatie van de burgers in het Midden-Oosten moet worden vergroot.

Men kan echter cynisch zijn, maar men kan het ook positief bekijken. Of het nu oprecht is of niet, men moet niet vergeten dat ontwikkelingen hun eigen dynamiek hebben. Ik weet niet waar het allemaal naar toe zal leiden, maar er is wel een positief proces op gang gekomen. We hebben nu verkiezingen gehad in Afghanistan, Saoedi-Arabië, Egypte, Irak en in de Palestijnse gebieden. Dat is in de islamitische wereld echt uniek. De verkiezingen in Iran heb ik er expres niet bijgenoemd, want wat daar plaatsvond was te raar voor woorden. Alleen vooraf goedgekeurde kandidaten mochten deelnemen aan de verkiezingen. Zo kunnen geen verkiezingen worden gehouden. Dat was meer een keuze tussen malaria en aids.

Terrorisme is niets anders dan de radicalisering van de schendingen van de rechten van de mens.

Hoe zou de Europese Unie zich moeten opstellen voor een optimale bevordering van mensenrechten in derdewereldlanden?

Europeanen moeten deze taak echt serieus nemen. De mensenrechtensituatie in derdewereldlanden is van groot belang voor de veiligheid in Europa. Europa moet op dit vlak echt veel meer doen. Neem een land als Iran, waar ik zelf vandaan kom. Duitsland en Frankrijk hebben in Iran contracten van miljarden dollars zitten. Het is niet voor niets dat Bondskanselier Schröder steeds waarschuwt tegen Amerikaanse plannen om Iran aan te vallen. Die waarschuwing is meer bedoeld als een geruststelling in de richting van de Duitse bedrijven. De economische belangen vormden ook de reden achter het Duitse verzet tegen de oorlog in Irak. Dit zijn geen paranoïde verhalen. Je kunt de cijfers opzoeken op het internet. Het zou mooier zijn als Schröder, niet Bush, maar de Iraanse leiders zou waarschuwen vanwege de mensenrechtenschendingen. Het Duitse beleid op dit punt is volkomen belachelijk te noemen.

Wat mij betreft zouden de Europese landen zic h veel actiever moeten opstellen ter bevordering van de democratie in derdewereldlanden. Europa zou bijvoorbeeld radio- en tv-zenders kunnen opzetten in het Midden-Oosten. Europa zou zich kunnen inzetten voor de vermindering van het analfabetisme en de rechten van vrouwen. Europa kan echt veel meer doen.

Wat vindt u van de uitspraak van de Nederlandse rechter om de subsidies aan de SGP, wegens discriminatie jegens vrouwen, stop te zetten?

Dat was een heel goed vonnis. Ik vond het echt een van de meest achterlijke aspecten van de Nederlandse samenleving. Een democratische rechtsorde mag niet met belastinggeld mensenrechtenschendingen subsidiëren. Dat is achterlijk en onaanvaardbaar. Ongeacht of het een politieke partij betreft, een moskee of een kerk. Dat kan echt niet.

Uit: Fiat Justitia, 2005, jaargang 18, nummer 1.