“Uiteindelijk is de Tweede Kamer de plek waar de macht ligt.”

door:
Carola Schouten nam in mei 2011 de vrijgekomen ChristenUnie-Kamerzetel van André Rouvoet over. Inmiddels heeft zij in korte tijd veel meegemaakt als lid van het parlement. Ze zat als onderhandelaar naast partijleider Arie Slob bij de totstandkoming van het beroemde ‘Lenteakkoord’ en ze werd verkozen tot Politiek Talent van het Jaar. Ze is onder andere woordvoerder Financiën binnen haar partij en is daarom betrokken met de huidige crisis in Europa. Fiat Justitia sprak haar aan het Binnenhof.
Uiteindelijk is de Tweede Kamer de plek waar de macht ligt. Wij bepalen of er meerderheden zijn of niet

Een tijd geleden presenteerde u in de Tweede Kamer een plan tot herstructurering van de Griekse schuldenlast. Kunt u uw visie op het Griekse probleem en de mogelijke oplossing ervan toelichten?

Toen ik dat herstructureringsplan presenteerde, zat ik net twee weken in de Kamer. De eerdere lening van 110 miljard euro bleek niet genoeg en op dat moment lag de vraag voor of er een nieuwe lening naar Griekenland zou gaan. Uiteraard zouden de Griekse schulden hierdoor wederom groeien. Onze visie was dat we de Grieken een oplossing moesten bieden en dan moet je niet alleen kijken naar nieuwe schulden, maar ook herstructurering overwegen. Op dat moment was het een no-go area en werd het weggehoond. Later is er toch een deel van de schulden geherstructureerd, maar dat was te laat. De situatie in Griekenland was alweer verergerd. De echte oplossing is om de Griekse economie weer aan de praat te krijgen en het stapelen van schulden biedt daar de mogelijkheid niet toe.

Kwijtschelding of herstructurering van schulden heeft dus voordelen. Bestaat het gevaar niet dat bij kwijtschelding voor het ene land, andere landen ook om kwijtschelding zullen vragen?

Dat is een van de grootste dilemma’s binnen de eurozone, die soms wel van dilemma’s aan elkaar lijkt te hangen. We waren ons hiervan bewust en herstructureren is dan ook absoluut niet het meest gewenste alternatief. Griekenland heeft nu echter lucht nodig, zodat zij verder kunnen met hun eigen economie. Als die weer draait, zal het voor ons ook voordeliger zijn: We hoeven dan niet meer te blijven overmaken zonder de garantie dat terug te krijgen. Dat is namelijk een ander dilemma: hoe hard zullen de Grieken lopen om hun probleem aan te pakken, wanneer ze telkens hulp krijgen?

Daarom is het goed dat de EU en de Europese Raad strenge eisen stellen aan hulp. Deze conditionaliteit tot hervormingen moet erin zitten. Ten eerste omdat de hervormingen het land er weer bovenop kunnen brengen, zoals je nu in Ierland en Portugal begint te zien. Anderzijds omdat het een barrière is bij het aanvragen van steun. Het is bijvoorbeeld niet zo gek dat Spanje een officiële aanvraag zo lang mogelijk uitstelt.

De eurozone lijkt soms wel van dilemma’s aan elkaar te hangen

In Ierland lijkt de hulp beter aan te slaan. Waarom lukt dat in Griekenland niet?

De Griekse economie verschilt fundamenteel van de andere economieën, dat was al zo toen ze toetraden tot de EU en de euro. Ze exporteren weinig, zijn eigenlijk alleen sterk in toerisme en innoveren ook nauwelijks, dat maakt de economie fragiel. Ook op het gebied van arbeids-productiviteit scoort Griekenland laag. Wil je echter een gezamenlijke munt voeren, dan moeten de onderliggende economieën wel enigszins vergelijkbaar zijn. Inmiddels is de situatie zoals hij is en daar moeten we naar handelen. Een mogelijke oplossing is dat Griekenland binnen de EU, maar buiten de euro verder gaat en de motor van haar economie weer aan de praat krijgt.

Kan dat niet binnen de euro?

De euro devalueert niet, dus Griekenland blijft te maken houden met een relatief dure munt. Hierdoor kunnen ze nog moeilijker exporteren. IJsland, wat enkele jaren geleden praktisch failliet was, heeft op enig moment hun eigen munt gedevalueerd en dat is succesvol geweest. Daardoor is IJsland nu weer de economie aan het versterken en opbouwen. De ChristenUnie wil bekijken of dat voor de Grieken ook een oplossing kan zijn. Dat zal niet gaan zonder pijn, daar zijn we ons van bewust, maar op dit moment is de situatie zo slecht, dat het ook al heel veel pijn doet.

Politici zeggen echter vaak dat het niet mogelijk is om landen uit de euro te zetten.

Formeel gezien kan dat inderdaad niet, maar als Griekenland geen leningen meer krijgt, geeft dat de facto hetzelfde idee. Wij vinden wel dat de mogelijkheid onderzocht moet worden of het voor landen die stelselmatig niet voldoen aan het stabiliteits- en groeipact, wat betekent dat je staatsschuld niet hoger dan 60 procent en het begrotingstekort niet meer dan drie procent van de begroting mag zijn, niet een keer ophoudt. Ook omdat je anders als land de rest van Europa kunt blijven gijzelen met in je achterhoofd de wetenschap dat je er toch niet uit de eurozone gezet wordt.

Griekenland is niet het enige zorgenkind binnen de eurozone. Zou de scheiding van de eurozone in, bijvoorbeeld, een neuro en een zeuro een goed idee kunnen zijn?

Wij vinden wel dat alle opties onderzocht zouden moeten worden. Er is zoals al gezegd een dieper liggend probleem binnen de eurozone: de onderliggende economieën die de munt vormen, verschillen enorm van elkaar en dat kun je dus niet tot uitroeping laten brengen in een wisselkoers of wat dan ook.

De vraag is dus hoe je ervoor kunt zorgen dat die onderliggende economieën meer naar elkaar toe groeien. Op dit moment gebeurt dat niet, de zuidelijke staten hebben moeite om de overheidsfinanciën op orde te krijgen, om de problemen aan te pakken. Dan moet je wat ons betreft ook alle opties moeten durven te onderzoeken, ook de optie dat zij een muntunie in het zuiden voeren en wij in het noorden. Wij laten daar nu onderzoek naar doen en zijn benieuwd wat daar uitkomt.

Als er teveel macht in Brussel komt te liggen, wordt het gat tussen de bestuurders en de bevolking te groot

Politiek Europa behelst meer dan de euro. Hoe staat uw partij tegenover ‘Brussel’? Moet dat groter, kleiner, anders?

Het moet beter. Europa heeft ons veel gebracht: vrede, veiligheid en de interne markt. Toch wil dat niet zeggen dat wij alle soevereiniteit moeten overdragen aan Brussel. Rondom de eurozone zijn er bijvoorbeeld twee duidelijke regels waar je aan moet voldoen: drie procent begrotingstekort en zestig procent staatsschuld. Daar mag Brussel op handhaven, maar hoe het doel bereikt wordt, is aan de nationale lidstaten. Dus de samenwerking is prima, maar het is niet ons beeld alle beslissingen en macht over te dragen. Dit ook omdat je macht zo dicht mogelijk bij de burger moet organiseren. Uiteindelijk gaat het om het mandaat dat je van de bevolking krijgt om beslissingen te nemen en als dat allemaal in Brussel komt te liggen, wordt het gat tussen de bestuurders en de bevolking te groot. Dat moet je voorkomen, je moet ervoor zorgen dat mensen zich gerepresenteerd voelen en daar ligt een belangrijke taak voor de nationale lidstaten.

U was een tijd geleden betrokken bij het Lenteakkoord. Belangrijk onderdeel hiervan was het voldoen aan de 3%- norm. Waarom was het zo belangrijk dat daar nu al aan werd voldaan en niet over twee of drie jaar?

Nou ja, nu al… Wij voldoen al een aantal jaren niet aan die norm en Brussel had na de bankencrisis van 2009 gezegd: “Nu ligt het Nederlandse begrotingstekort nog hoger dan drie procent, maar in 2013 moet het daar onder gaan komen.” Overigens was het niet de kern dat het vanuit Brussel ‘moest’, maar als je de schulden hoog houdt zoals de afgelopen jaren, moet je op enig moment maatregelen gaan nemen. Daarnaast betekent drie procent tekort nog steeds dat we 18 miljard schuld maken. We moesten verantwoordelijkheid nemen en maatregelen durven nemen, zodat toekomstige generaties dezelfde welvaartsopties behouden als onze generatie.
Een ander belangrijk punt was het tonen van stabiliteit tegenover de financiële markten.

Wat opviel was dat de regeringspartijen van toen er in het befaamde Catshuis enorm lang over deden om niets te bereiken, terwijl het Lenteakkoord er binnen 48 uur lag.

Ik heb niet in het Catshuis gezeten, maar dat hebben wij ons ook weleens afgevraagd. De urgentie was heel hoog en als partijen zich zeven weken zonder resultaten opsluiten in het Catshuis dan mis je de urgentie van het moment een beetje. De andere partijen die bij elkaar gingen zitten, zagen die urgentie wel. Op het moment dat het Catshuis klapte, hadden wij net ons eigen hervormingsplaatje laten doorrekenen door het Centraal Planbureau. Direct zijn we met Groenlinks en D66 gaan zitten en we bleken al heel snel acht miljard aan bezuinigingen overeenstemming te hebben. Een dag later kregen CDA en VVD door hoever wij al kwamen en dat ze met ons snel een pakket konden neerleggen. Het momentum was er dus naar en de voorbereidingen waren al ver, maar het belangrijkste was dat die vijf partijen wel verantwoordelijkheid voelden voor de oplosssing.

In de laatste weken van het Catshuis vroegen mensen mij wat wij als politici heel de dag eigenlijk deden

Die partijen ondernamen wel actie. Wat waren de gevolgen geweest als het Catshuis was blijven voortkabbelen zonder resultaten?

Voor de financiële markten was onze geloofwaardigheid verdwenen. Dat zouden wij direct hebben gemerkt in hogere rentes op onze leningen. Ook richting Europa zouden we ongeloofwaardig zijn geworden, omdat we altijd hameren op begrotingsdiscipline bij andere landen. Daarnaast waren staatsschuld en begrotingstekort verder opgelopen, wat de situatie alleen maar weer moeilijker maakt. Tenslotte was het vertrouwen in de politiek weg. In de laatste weken van het Catshuis vroegen mensen mij wat wij als politici heel de dag eigenlijk deden en daar had ik begrip voor. Het sloeg weliswaar niet direct op onze partij, maar het straalde uit naar de hele politiek. Dus wij moesten daadkracht tonen en laten zien niet weg te lopen voor moeilijke beslissingen. Zo kunnenwe het vertrouwen herstellen.

De 3%-norm werd uiteindelijk gehaald. Inmiddels hebben de meeste partijen als doel om binnen enkele jaren naar een structureel begrotingsevenwicht te streven. Is zo’n evenwicht haalbaar?

Als de overheidsfinanciën echt op orde moeten worden gebracht, moet je gewoonweg naar een structureel begrotingsevenwicht toewerken. Dat kan niet pijnloos, maar wij vinden het een solidariteit die je tussen generaties mag vragen om de voorzieningen van nu in stand te houden voor onze kinderen en kleinkinderen. Dat betekent dus dat je zaken moet aanpakken, bijvoorbeeld de woningmarkt. Jongeren kunnen momenteel moeilijk een hypotheek afsluiten, dus dan moet je de hypotheekrenteaftrek gaan beteugelen.

Een ander voorbeeld zijn de zorgkosten, die gigantisch oplopen. Als we op de huidige manier door-gaan, besteden we 2040 de helft van ons budget aan zorg. Op dit gebied moeten dus maatregelen genomen worden en je ontkomt er helaas niet aan dat dit pijn doet.

Het is niet overal even bekend dat de ChristenUnie één van de duurzaamste partijen in Nederland is. Hoe is het duurzame beleid van uw partij opgebouwd?

Bij de analyse van de afgelopen verkiezingsprogramma’s bleek inderdaad dat wij duurzaamheid hoog in het vaandel hadden staan. Grofgezegd delen wij duurzaamheid op in twee delen. Aan de ene kant de energievoorzieningen: onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen wordt steeds groter en een economie die daarop gebouwd is, is zeer kwetsbaar. De prijzen stijgen aldoor wegens het opraken van de eindige voorraden en de problemen van CO2-uitstoot zijn alom bekend.

Daarnaast is de leefbaarheid van de planeet voor toekomstige generaties van belang. Om voor hen een goed leven op deze planeet mogelijk te maken, moeten wij nu zuinig zijn op milieu en planeet. De kern is dat je de natuur heel makkelijk weg kunt halen, maar je kunt niet zo makkelijk weer terugbrengen.

Hoe vertaalt dit zich in concretemaatregelen?

Het ‘echte’ beprijzen van vieze energie, de fossiele brandstoffen, is een voorbeeld. Momenteel is schone energie vaak duurder dan grijze stroom, doordat het opwekken meer kosten met zich meebrengt. De echte kosten van grijze stroom, inclusief alle maatregelen die genomen moeten worden als gevolg van de opwarming van de aarde, zijn echter hoger, dat is in studies doorberekend en bevestigd. Wij willen dus naar een eerlijke beprijzing toe van de grijze en groene stroom.
Ook maken we ons hard om bezuinigingen op natuur terug te draaien.

De medewerking van het bedrijfsleven is onmisbaar bij het verduurzamen van de economie. Hoe stel je het beleid hier op in?

De maatregelen moeten erop gericht zijn dat het economisch voordelig is om duurzaam te produceren. Het eerlijke beprijzen van energie zal de kostprijs voor bedrijven veranderen en zal daarom een prikkel zijn om duurzamere processen te ontwikkelen. Ook moeten beleggers gestimuleerd worden om in duurzame concepten te investeren.

ChristenUnie heeft gezorgd voor een regeling die beleggers in groene concepten een fiscaal voordeel geeft. Dit soort concepten zijn vaak nieuw en innovatief en daarom is het in het begin niet zeker hoeveel en wanneer ze gaan renderen. Deze innovaties zijn uiteindelijk echter de oplossingen voor de toekomst en daarom worden beleggers ondersteund in hun belangrijke bijdrage aan deze innovaties.

Duurzaamheid blijft, hoe goed Nederland het ook zou doen, een mondiale uitdaging. Hoeveel effect kan goed Nederlands beleid hebben?

Duurzaamheid is een onderwerp waarbij de EU wat ons betreft een belangrijke rol heeft. Het uitstootplafond, wat betekent dat een land of bedrijf niet meer dan een bepaalde hoeveelheid CO2 mag uitstoten, is een Europees initiatief.

Daarnaast zijn duurzame kennis, toepassingen en innovaties mogelijke exportproducten, die in andere delen van de wereld toegepast kunnen worden en waar Nederlandse ondernemers vervolgens geld aan kunnen verdienen. Op die manier kan Nederland een voorbeeldfunctie vervullen in duurzame ontwikkeling.

De angst, onderdrukking en uitbuiting waar die vrouwen mee leven, is een soort onrecht dat in Nederland niet zou mogen bestaan

U bent bij de verkiezingen herkozen als Kamerlid. Zijn er specifieke zaken, naast degenen die we al bespraken, waar u zich in de Tweede Kamer voor zult inzetten?

Op het terrein van mensenhandel en prostitutie is nog veel winst te boeken. Mensenhandel tast de vrijheid enorm aan, onmenselijk. Nederland is helaas nog altijd een belangrijk doorvoerland voor mensenhandelaars en in de prostitutie werkt een groot deel van de vrouwen gedwongen. Er is sprake van uitbuiting. Voor die vrouwen is het moeilijk om uit te steppen, omdat ze achtervolgd zullen worden door pooiers of mensenhandelaars. Er zijn uitstapprogramma’s, maar die staan onder druk van bezuinigingen. Voor die programma’s wil ik me dus blijven inzetten.

Ik heb op de Wallen met vrouwen gesproken en de angst, onderdrukking en uitbuiting waar die vrouwen mee leven, is een soort onrecht dat in Nederland niet zou mogen bestaan. Dit is een voorbeeld van waarom ik in de Kamer zit: om iets voor mensen te kunnen betekenen. Uiteindelijk is de Tweede Kamer de plek waar de macht ligt, niet alleen bij het kabinet. Wij bepalen of er meerderheden zijn en of zaken gebeuren of niet. Dus dat wil ik de komende jaren blijven doen, dat is mijn ambitie.

Over Carola Schouten

Carola Schouten (Den Bosch, 1977) studeerde bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hierna werkte zij als beleidsmedewerker op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Later werd zij coördinator van de beleidsmedewerkers van de ChristenUnie-fractie. In 2011 nam zij de Tweede Kamerzetel van de vertrekkende André Rouvoet over. In datzelfde jaar werd zij door de parlementaire pers verkozen tot Politiek Talent van het Jaar. Na het mislukken van het Catshuisoverleg in 2012 was zij als onderhandelaar betrokken bij het ‘Lenteakkoord’, dat het Nederlandse begrotingstekort onder de drie procent van het nationaal inkomen bracht.

Uit: Fiat Justitia, 2012, jaargang 24, nummer 5