De toeslagenfraude: de regiezittingen

door:
Donderdag 17 oktober vonden de regiezittingen plaats voor de vier verdachten van de veelbesproken ‘Bulgarenfraude’. Fiat Justitia was hierbij aanwezig en zal er vandaag verslag van doen.

De dag begon met de zaak van hoofdverdachte K. Deze werd apart behandeld omdat zijn advocaat niet aanwezig kon zijn bij de rechtszaak van twee uur, waarin de zaken van de andere drie verdachten zouden worden behandeld.

De advocaat van K. wilde nog één persoon toevoegen aan de lijst met getuigen om te mogen horen, waardoor wellicht het tenlastegelegde van K. kan worden verminderd. Het gaat om de heer C., die volgens K. is doorgegaan met het aanvragen van toeslagen vanaf zijn IP-adres terwijl hij vast zat. Deze onderzoekswens werd door de rechtbank toegewezen.

Vervolgens begon zijn advocaat zijn pleidooi over de voorlopige hechtenis. Volgens hem is er geen sprake van een onderzoeksgrond die de voorlopige hechtenis zou rechtvaardigen. Gevaar voor collusie zou niet aanwezig zijn, want “hij zou wel uitkijken!”. Ook het vluchtgevaar is volgens zijn advocaat niet aanwezig, aangezien hij geen paspoort meer heeft en van plan is een nieuw bedrijf of te starten zodra hij vrij is. Een reëel gevaar voor herhaling bestaat ook niet, want K. zou in het verleden enkel veroordeeld zijn voor een mishandeling. Hierbij haalt zijn advocaat het principe van de voorlopige hechtenis als ‘ultimum remedium’ aan, en verzoekt de rechtbank om opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis bij gebrek aan valide gronden.

Verdachte K. zit al een half jaar vast en wordt volgens zijn advocaat geofferd door het Openbaar Ministerie. Ook praktische bezwaren zijn aanwezig aangezien K. en zijn vrouw een echtscheidingsprocedure hebben gestart. Zijn advocaat spreekt over een oneerlijke berechting, “Waarom zit K. langer vast dan andere verdachten in soortgelijke fraudezaken?” en “Het onderzoek naar de fraude was al jaren bezig, pas na de uitzending van Brandpunt was het blijkbaar belangrijk genoeg om over te gaan op arrestaties”.

De officier van justitie reageerde hierop met de argumenten dat gevaar voor vlucht wel degelijk aanwezig is. De kinderen en het vermogen van K. bevinden zich allemaal in Turkije, dus “hij heeft alle redenen om daarheen te gaan”. Ook het gevaar van recidive bestaat nog steeds, aangezien het gaat om een enorm netwerk dat veel geld opbrengt, welke slechts ten dele is opgerold. Bovendien is zij van mening dat een echtscheiding niet zwaarder weegt dan het algemeen belang van voorlopige hechtenis.

Het uiteindelijke oordeel van de rechtbank was dat de gronden van voorlopige hechtenis nog steeds aanwezig zijn, aangezien er geen veranderingen zijn in het vlucht- en recidivegevaar sinds de vorige rechtszaak. Het verzoek van K. en zijn advocaat is daarom afgewezen.

Achteraf sprak Fiat Justitia met de advocaat van K, mr. J.C. Spigt. Hij noemt het triest dat de gronden voor voorlopige hechtenis in stand worden gehouden. “Gevaar voor vlucht zal altijd bestaan en gevaar voor herhaling bestaat tot de dood. De gronden van voorlopige hechtenis moeten ergens op gebaseerd zijn, en dat is hier niet het geval.”

Om twee uur startte de volgende zaak, die van de drie andere verdachten: G., R. en H.. De drie advocaten van de verdachten hielden praktisch hetzelfde pleidooi: een verzoek om opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis en enkele verzoeken met betrekking tot de getuigen die worden gehoord. Voor verdachten G. en R. geldt dat zij beiden hun gezin moeten onderhouden en dit nu niet kunnen. “G. is niet van plan het onderzoek te frustreren en is heel duidelijk over wat hij precies gedaan heeft. Hij is niet eerder veroordeeld, en wanneer hij terugkeert naar Bulgarije is hij heel makkelijk weer terug te halen naar Nederland”, aldus zijn advocaat.

De advocaat van R. voert aan dat zijn cliënt waarschijnlijk niet voor een langere tijd wordt veroordeeld dan de tijd die hij nu al zit, en hij benadrukt dat zijn rol slechts minimaal is aangezien R. slechts namens zeven personen toeslag zou hebben aangevraagd.

Ook de advocaat van H. brengt een dergelijk argument naar voren: H. zou slechts contactpersoon zijn geweest. Ook vergelijkt zijn advocaat de toeslagenfraude met een simpele uitkeringsfraude door een alleenstaande moeder.

De officier van justitie is ook in deze zaken van mening dat het gevaar voor vlucht en recidive nog steeds bestaat. De verdachten waren alle drie niet bekend in de systemen en zijn pas na lang zoeken gevonden in Bulgarije en België. De vergelijking met een simpele uitkeringsfraude kan volgens de officier absoluut niet gemaakt worden: “het gaat hier om 3,4 miljoen euro nadeel voor de schatkist, en er werden nota bene mensen uit het buitenland voor gehaald”. Het algemeen belang van voorlopige hechtenis weegt volgens de officier zwaarder dan de persoonlijke belangen en de bezwaren waren niet specifiek genoeg. Ook is het contact met Bulgarije erg goed, dus het onderzoek gaat snel, en dus zullen de verdachten niet langer vastzitten dan nodig is.

De rechtbank wees de onderzoekswensen van alle drie de verdachten toe. Voor verdachten G. en H. hielden zij de voorlopige hechtenis in stand. Verdachte R. mag sinds vanochtend tien uur de afhandeling van zijn zaak in vrijheid afwachten, mits hij gehoor geeft aan de oproepen van politie en justitie. Over maximaal drie maanden moeten alle vier de verdachten weer voor de rechter verschijnen.