Een laat gesprek over lekenrechtspraak

door:
?Een tijdje geleden ontmoette ik een Engelsman in een Ierse pub. We raakten in gesprek, en kwamen via een praatje over de rechtenstudie op een vergelijking van het Engelse en het Nederlandse rechtsstelsel. Erg diepgaand was het niet, mijn gesprekspartner had een groot glas Guinness in zijn hand en het was al laat, maar het stemde me wel tot nadenken.

Dat wij in Nederland geen verschil kennen tussen een barrister en een solicitor, daar kon hij nog wel inkomen. In Engeland is een barrister degene die je als advocaat bijstaat in de rechtszaal, terwijl een solicitor verantwoordelijk is voor het papierwerk. De barrister is te herkennen aan de welbekende pruik van paardenhaar en een toga, al mogen solicitors sinds januari 2008 ook pruiken dragen. De kleur van hun toga is wel anders.
In Nederland kennen wij dit onderscheid niet: een advocaat is een advocaat, die zowel de verdediging voor de rechter voert als contracten sluit en onderhandelt namens zijn cliënt. Al met al vond de Brit dit wel interessant, maar leverde het geen vurige discussie op.

Waar de vlammen wel oplaaiden, was het punt waarop hij ontdekte dat er in Nederland (bijna) geen lekenrechtspraak bestaat. Er zitten weliswaar twee deskundigen in de pachtkamer van het hooggerechtshof, en ook de ondernemingskamer kent leden die niet tot de rechterlijke macht behoren, maar dat is te verwaarlozen.
De Engelsman kon zijn oren niet geloven. ‘Dan sta je dus in je eentje tegenover de machtige overheid. Dat is toch niet democratisch?’ Hij vertelde over een vriend van hem, die onlangs was opgepakt na een dronken gevecht in een kroeg. Hij werd aangeklaagd en kwam voor de rechter én een jury te staan. ‘In die jury zitten allemaal mensen zoals jij, geen geleerde juristen, die inzien dat een mens heus wel eens een foutje kan maken na een biertje teveel. De jury wilde mijn vriend een tweede kans geven en sprak hem vrij.’

Zouden we juryrechtspraak ook in Nederland in moeten voeren? Ik vond van niet, ondanks de tegenwerpingen van de Brit. Rechtspraak kan beter worden overgelaten aan de professionals, die er jarenlang voor gestudeerd hebben. Om een strafbaar feit te bewijzen, moet soms aan complexe eisen worden voldaan. Een rechter weet hoe hij of zij daarmee om moet gaan, maar wat weet uw buurman van de jurisprudentie op het gebied van, bijvoorbeeld, het leerstuk poging?

Verder zou een jury in het strafproces misschien niet zo goed combineren met de uitbreiding van de rechten van het slachtoffer. Zoals vanmorgen op Fiat Justitia te lezen was, is staatssecretaris Fred Teeven bezig met een wetsvoorstel waarin slachtoffers naast het reeds bestaande spreekrecht, ook een ‘adviesrecht’ krijgen. Dit adviesrecht houdt in dat het slachtoffer zijn mening mag geven over de beslissingen die de rechter moet nemen, bijvoorbeeld de hoogte van de straf.
Een emotioneel verhaal van het slachtoffer, gepaard met een dringende vraag om de allerhoogste straf, zou dat de jury niet ernstig kunnen beïnvloeden? Met de advocaat van de verdachte kunnen ze zich niet identificeren, zo’n persoon in een toga, maar wellicht wel met het slachtoffer.

En zo zijn er nog meer bezwaren aan te voeren tegen juryrechtspraak. Toch vond ik het leuk om de degens eens te kruisen met een Engelsman over dit onderwerp. Ik begrijp, na zijn voorbeeld over zijn vriend, ook zeker waarom hij voor juryrechtspraak is, maar ik denk dat we het in Nederland toch maar bij het oude moeten laten.

Wat vindt u van juryrechtspraak en zouden we het in moeten voeren in Nederland? Laat hieronder een bericht achter!