In de frontlinie tegen een corrupte rechtstaat

door:
In dit artikel zal ik verslag doen van mijn strijd tegen de Nederlandse rechtstaat. Deze strijd begon in 2004 toen bij mij een curieuze enveloppe op de deurmat plofte. Op de enveloppe stond Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn. Het was zo’n brief waarvan je al bij voorbaat weet: this is trouble. Big trouble. Dat bleek nog zwak uitgedrukt. De brief vormde het startschot voor de ‘affaire-Westenberg’ die dit jaar is uitgemond in de ‘affaire-Kalbfleisch’; als essentiële onderdelen van de ‘affaire-Chipshol’ scheuren deze zaken het vertrouwen in onze rechtstaat aan flarden op een wijze die in 2004 door niemand voor mogelijk werd gehouden.

De genoemde brief leidde een bodemprocedure in van de kant van Hans Westenberg, vice-president van de Haagse rechtbank, tegen mij en tegen mr. Hugo Smit, een advocaat van naam en faam. Vijf jaar later, in 2009, moest Westenberg de Haagse rechtbank met pek en veren overdekt verlaten, als crimineel. Weer twee jaar later werd Pieter Kalbfleisch op non-actief gesteld als voorzitter van de NMa. Kort daarop bleek ook de Haarlemse rechtbank corrupt te hebben geopereerd in de Chipshol-zaak. Tegen Westenberg en Kalbfleisch lopen inmiddels onderzoeken door de rijksrecherche. Al deze zaken en feiten zijn uitputtend beschreven op internet op diverse websites, net als de rechtsgang zelf die niet alleen de ondergang van Westenberg zelf inluidde maar, ook die van de Nederlandse rechtstaat. Ik ga alle feiten en verwikkelingen hier niet herhalen. In dit stuk probeer ik inzichtelijk te maken hoe de brief van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn mijn leven compleet op zijn kop heeft gezet en mij heeft veranderd van ‘serieus’ en ‘gerespecteerd’ juridisch verslaggever voor onder meer het Advocatenblad en Advocatie.nl in een ‘actievoerder’ en ‘extremist’, die thans zelf als verdachte voor de rechter staat. Ja, u leest het goed: niet de criminele rechters staan anno 2011 voor het hekje, maar de journalist die aan de basis staat van de onthullingen die deze rechters noodlottig werden.

In dit stuk probeer ik inzichtelijk te maken hoe een brief mijn leven compleet op zijn kop heeft gezet en mij heeft veranderd van ‘serieus’ en ‘gerespecteerd’ juridisch verslaggever in een ‘actievoerder’ en ‘extremist’

De camera in de rechtszaal

We beginnen met het schetsen van de laatste, meest recente ontwikkelingen (per juli 2011). Ik ben thans bezig met het voorbereiden van een kort geding tegen de Haagse rechtbank. De inzet: het afdwingen dat ik mijn eigen strafzaak op video mag vastleggen. Steeds weer wordt mij dit grondrecht op basis van de openbaarheid van rechtspraak ontzegd. Het zou voor het eerst zijn dat er jurisprudentie ontstaat over het voeren van de camera in de rechtszaal. Thans zegeviert de willekeur en varieert het camerabeleid per gerecht, per procespartij en per zaak waardoor een onacceptabele warboel ontstaat. Wat er bestaat aan wet- en regelgeving is glashelder en ondubbelzinnig: ik mag mijn eigen proces filmen. Toch wordt mij dit niet toegestaan. Het zal in dit stuk niet het eerste voorbeeld zijn van de malicieuze en vaak zelfs sadistische wijze waarop Justitie in Nederland omgaat met iemand die een van hun ‘broeders’ heeft ontmaskerd en een deuk heeft geslagen in hun gekoesterde harnas van ‘respectabiliteit’ en ‘onkreukbaarheid’.

Maar het is niet alleen de rechterlijke macht die zich tegen mij keerde, zo merkte ik. Het lukte mij namelijk niet een advocaat te vinden voor het kort geding. Twee media-advocaten van naam en faam toonden zich aanvankelijk geïnteresseerd, maar lieten daarna niets meer van zich horen. Een derde haakte opeens af ‘wegens persoonlijke problemen’. Ik besloot me tot de Haagse deken van de Nederlandse Orde van Advocaten te wenden met het verzoek me een advocaat toe te wijzen op de voet van art. 13 Advoca- tenwet. De deken, mr. De Win, toonde zich direct bereid en bracht me in contact met het lid van zijn Raad van Toezicht Bas Martens. Deze bood zich met enthousiasme aan het kort geding voor mij te gaan voeren en repte op de eerste – gratis – bespreking op zijn kantoor waarbij ook nog een uitstekende medewerker aanzat zelfs van ‘het schrijven van rechtsgeschiedenis’. Samen met mijn strafadvocaat Gerard van der Meer vormen deze twee Haagse pleiters het dreamteam dat deze rechtsgeschiedenis nu moet gaan schrijven.

Hoger beroep tegen de tweede wrakingskamer

De tenlastelegging in de genoemde strafzaak tegen mij bestaat uit twee onderdelen: het aanbrengen van graffiti op diverse panden van justitie en het ‘verstoren’ van een ‘geoorloofde openbare vergadering’ (art. 144 Str.). Dat laatste artikel is door het OM niet meer ingezet na de jaren ‘30 van de vorige eeuw, de tijd van de NSB. De graffiti richtte zich onder meer op het uitblijven van de vervolging van de corrupte rechter Hans Westenberg. De eerste zitting was een soort regiezitting waarin onder meer werd gesproken over het horen van getuigen. Op de tweede zitting werd een getuige gehoord (SP-kamerlid Jan de Wit, de voorzitter van de ‘openbare vergadering’ die ik zou hebben ‘verstoord’) maar toen verbood de president ons dit verhoor te filmen. Hierop besloten wij af te zien van het stellen van vragen. Op de derde zitting zou de tenlastelegging aan de orde komen, maar toen de president ons opnieuw belette te filmen werd hij gewraakt. Na enige uren kwam een wrakingskamer opdraven samen met 16 gewapende agenten die tegen de muur van de rechtszaal gingen staan. Deze kamer werd opnieuw gewraakt, vooral omdat deze bestond uit Haagse rechters.

Zou ik geen prijzen moeten krijgen, Koninklijke onderscheidingen voor de wijze waarop ik mijn werk als journalist heb ingezet voor het algemeen belang: het opschonen van de rechterlijke macht?

Reeds eerder was besloten dat Haagse rechters buiten mijn zaak moesten worden gehouden omdat de Haagse rechtbank zelf was beklad met mijn graffiti en dus ‘partij’ was; om die reden was de politierechter afkomstig uit Rotterdam. Waarom zouden we dan wel Haagse wrakingsrechters moeten accepteren? Daar kwam mijn conflict met de Haagse ex-vicepresident Hans Westenberg nog eens bij als wrakingsgrond. Een tweede wrakingskamer, nu bestaande uit rechters uit Breda, boog zich vervolgens over de wraking van de wrakingskamer. Het betreffende vonnis is gepubliceerd op rechtspraak.nl (LJN: BQ6236) en was volgens mijn advocaat Gerard van der Meer dermate malicieus en in strijd met fundamentele uitgangspunten van het recht, dat hij besloot tegen dit vonnis in hoger beroep te gaan. Hoger beroep tegen een vonnis van een wrakingskamer wordt slechts bij hoge uitzondering toegelaten. Hoger beroep tegen een vonnis van een wrakingskamer die oordeelde over de wraking van een eerdere wrakingskamer mag wel uniek worden genoemd. Die ‘rechtsgeschiedenis’ waar ik het over had bij het kort geding over de camera zijn we dus reeds nu aan het schrijven!

Het vonnis waartegen nu bij Hof wordt geappelleerd is een uitstekende illustratie van het eerder genoemde ‘sadisme’ van de rechterlijke macht. Zo hebben de rechters geen enkel acht geslagen op de pleitnota van mijn advocaat, geen motivering willen geven, mij out of the blue een wrakingsverbod opgelegd en als klap op de vuurpijl mijn beroep op de affaire-Westenberg als reden de onpartijdigheid van Haagse rechters in twijfel te trekken gekwalificeerd als ‘ongerijmd’! We proberen het camera- kort geding nu zo te timen, dat we onze camera reeds kunnen inzetten bij de genoemde zitting bij het Hof die we dan omschrijven als onderdeel van de strafzaak tegen mij bij de rechtbank.

Het Berufsverbot

Medio 2009 viel het doek voor rechter Hans Westenberg en leek de overwinning voor mij compleet. Was ik niet de journalist die in zijn boek ‘Topadvocatuur’ uit 2004 de advocaat heb geciteerd die onthulde dat Westenberg in de Chipshol-zaak stiekem belde met advocaten en deze intimideerde? En is dat in de procedure uiteindelijk niet vast komen te staan? Net als het feit dat Westenberg bij voortduring meineed heeft gepleegd? Zou ik geen prijzen moeten krijgen, Koninklijke onderscheidingen voor de wijze waarop ik mijn werk als journalist heb ingezet voor het algemeen belang: het opschonen van de rechterlijke macht? Het tegendeel gebeurde. Het Advocatenblad weigerde over de zaak te schrijven. Dit leidde tot een conflict en mijn vertrek na rond de vijftien jaar trouwe dienst zonder ooit ook maar enig probleem. Advocatie.nl, dat aanvankelijk wel over de affaire berichtte en zelfs een voortrekkersrol speelde, werd per 2010 overgenomen door SDU (uitgever van het Advocatenblad) en bedrijft sedert ook nog louter propaganda voor onze ‘rechtstaat’; verhalen over liegende en corrupte rechters passen daar niet bij.

Kort na het vertrek van Westenberg werd ik ontslagen. Intussen bestookte de Raad voor de Rechtspraak – de organisatie die de noodlottige procedure van Westenberg had gee¨ntameerd en gefinancierd – mijn opdrachtgevers met brieven en telefoontjes dat ze met mij moesten breken. Sinds acht jaar was ik content manager van het Nationaal Juristen Congres in de RAI te Amsterdam. De Raad voor de Rechtspraak was een prominente deelnemer en leverde ook sprekers voor het congresprogramma. Na de val van Westenberg was de Raad niet langer bereid mee te werken aan mijn congressen en liet dit weten aan de leiding. Als motivering werd gemeld dat ‘ik een conflict had met een van Nederlandse Orde van Advocaten die Hans Westenberg ook na zijn val handhaafde als opleider van advocaten in het kader van de permanente opleiding.

Corrupte rechters, politici en de media

Geen enkel medium heeft mij credits willen geven voor mijn werk dat leidde tot de val van de corrupte rechters, al werd ik incidenteel wel genoemd en kreeg ik ook veel bijval via kennissen en contacten. Als ik onder mijn eigen naam een opmerking instuur op de site van bijvoorbeeld NRC Handelsblad, de krant waarvoor ik bijna tien jaar lang heb gewerkt, ook als juridisch medewerker, wordt deze verwijderd. Ik wordt opeens nergens meer ‘journalist’ genoemd maar steeds ‘activist’ en ‘complotdenker’. De politierechter motiveerde zijn weigering mijn camera toe te laten door te stellen dat wij ‘geen RTL of NOS zijn’. Deze motivering is evident onrechtmatig, met name omdat de Hoge Raad in het arrest Van Gasteren/Hemelrijk onder meer heeft bepaald dat het onrechtmatig is onderscheid te maken naar type medium. Ik heb over deze toenemende trend de zogeheten ‘nieuwe media’ te discrimineren ten faveure van de gezagsgetrouwe ‘MSM’ (main stream media) meerdere e-mails gestuurd aan mijn vakbond de NVJ, maar deze bleven onbeantwoord. Nu is er serieus sprake van dat de NVJ het camera-kort geding tegen de Haagse rechtbank gaat steunen, wellicht ook financieel.

Mijn advocaat is hierover thans in overleg. Hij vertelde dat de NVJ het ook van groot belang vindt dat er duidelijkheid komt over de wijze waarop journalisten verslag mogen doen van rechtszaken. Maar wellicht nog alarmerender dan de laffe houding van de media is het volledige zwijgen van de politiek. De woorden ‘Westenberg’, ‘Kalbfleisch’ en ‘Chipshol’ zijn bijna taboe op het Binnenhof. Het onderzoek tegen Westenberg loopt bijna twee jaar en er is geen enkel uitzicht op vervolging. In schril contrast daarmee staat de opvallend voortvarende wijze waarop het OM mij voor de rechter heeft gebracht. Een enkel Kamerlid, Sharon Gesthuizen van de SP, heeft Kamervragen gesteld over de zaken Westenberg en Kalbfleisch. Na bijna twee maanden werden deze op onvoorstelbaar arrogante wijze beantwoord, zodat slechts e´e´n conclusie mogelijk is: Westenberg en Kalbfleisch komen nooit voor de rechter. Het Kamerlid laat het er verder bij zitten. Geen enkel medium maakte melding van de vragen en van de minimale beantwoording.

Reeds twee maal ben ik tijdens mijn werk op onrechtmatige wijze gearresteerd en voor uren vastgezet

De schadeclaim tegen Westenberg

Tot 2008 heb ik gewerkt aan het indienen van een schadeclaim tegen Westenberg dan wel de Staat wegens het vernietigen van mijn carrie`re op basis van een geheel gefalsificeerde en dus onrechtmatige procedure. In feite was de enige reden dat Westenberg de procedure tegen mij en tegen de advocaat begon het onderdrukken van de waarheid en van zijn corrupte rol in de Chipshol-zaak. De zaak strandde omdat ik ruzie kreeg met mijn advocaat die ik niet langer vertrouwde en verdacht van heimelijke samenspanning met de lobby van rechters. Zijn laatste handeling – die hij uitvoerde onder grote druk – was het laten betekenen van een stuitings- exploot dat mij de mogelijkheid biedt de zaak ook de komende jaren nog door te zetten. Het dossier ligt thans bij een advocaat in Utrecht, de eerder genoemde advocaat die weigerde het camera-kort geding tegen de Haagse rechtbank te voeren wegens ‘persoonlijke omstandigheden’. Niet echt een goede basis.

Hugo Smit, de advocaat die ik in mijn boek citeerde en wiens carrie`re bij Simmons & Simmons eveneens werd verwoest, heeft een claim tegen Westenberg, Pels Rijcken en de Staat ingediend van 3 miljoen euro. De media schrijven er niet over; Westenberg maakt in deze procedure op kosten van de belastingbetaler gebruik van de diensten van de duurste advocaat van Nederland die ook Beatrix bedient, Arnold Croiset van Uchelen van Allen & Overy. Op het moment van schrijven van dit stuk hebben de eerste zittingen in deze claimzaak plaatsgevonden, maar ik ben niet op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. Niemand wil praten. We horen dat Westenberg rond de dertig getuigen gaat oproepen.

Intimidaties door de politie

Daags na het schrijven van dit artikel moet ik me melden bij de politie in Hilversum. De reden: de NOS heeft aangifte tegen mij gedaan wegens – aldus de rechercheur – ‘smaad en/of stalking’. Enige maanden geleden deed een journalist van De Telegraaf aangifte tegen mij wegens ‘bedreiging’; in het kader hiervan werd ik zelfs vastgenomen. Reeds twee maal ben ik tijdens mijn werk op onrechtmatige wijze gearresteerd en voor uren vastgezet. In beide gevallen was het doel duidelijk: het mij beletten vragen te stellen aan advocaten.

Tijdens de eerste arrestatie betrapte mijn cameraman een agent op het bureau Prinsengracht te Amsterdam terwijl hij in een telefoongesprek met Justitie aanbood tegen mij ‘creatief te willen gaan’ en een ‘zaak te willen construeren’. Een brief over deze ongekende en huiveringwekkende vorm van machtsmisbruik aan de Amsterdamse korpschef Welten blijft onbeantwoord. We denken ook aan de 16 gewapende agenten die plaatsnamen in de zittingszaal toen de eerste wrakingskamer bijeenkwam in mijn strafzaak. Voor zover valt na te gaan is zulks nog nooit eerder gebeurd in ons land. Waar is men zo bang voor? Dat ik nog meer corrupte rechters expose? Ik weet het niet en beperk me thans maar tot het weergeven van de feiten. Maar de constatering dat ik door mijn werk als journalist thans wordt gezien als een gigantische bedreiging voor de Nederlandse ‘rechtstaat’, dat lijkt in elk geval niet teveel gezegd.

Ik kan thans constateren dat de hele Nederlandse rechtstaat een fake is, een niet-bestaande idee fixe en dat rechters, advocaten en officieren van justitie in samenspanning met de media en de politiek in werkelijkheid niet de rechtstaat dienen

De brief die in het voorjaar van 2004 op mijn deurmat plofte heeft grote consequenties gehad. Hij vormde een ‘breekijzer’ tot het openen van een beerput waarvan de precieze omvang nog altijd niet duidelijk is. Wel kan ik thans constateren dat de hele Nederlandse rechtstaat een fake is, een niet-bestaande idee fixe en dat rechters, advocaten en officieren van justitie in samenspanning met de media en de politiek in werkelijkheid niet de rechtstaat dienen, maar de belangen van een nauw omgrensde elitegroep die de facto is verheven boven wet en gebod en een carte blanche geniet tot het plegen van alle delicten die het wetboek van strafrecht kent.

Over Micha Kat

Micha Kat (1963) is journalist. Hij begon bij NRC Handelsblad in 1990 en werkte tot 2007 als vaste medewerker voor het Advocatenblad en Advocatie.nl. thans is hij journalistiek actief via eigen media: de websites www.klokkenluideronline.nl en www.nrcombudsman.nl en het internetradioprogramma klokkenluider on air.

Uit: Fiat Justitia, 2011, jaargang 23, nummer 4.