Nederland en de ‘best and the brightest’

door:
Nederland moet tot de beste onderwijs- en kennislanden gaan behoren. Dat wordt een hele klus, want de afgelopen jaren zijn we afgegleden. Maar hoe keren we die ontwikkeling? In de politiek gaat de discussie veelal over geld. Terecht, want als we een inhaalslag willen maken, dan zullen we veel meer moeten investeren in goed onderwijs en kennis. Ter vergelijking: de landen die nu in de top 5 van beste kennislanden zitten, investeren 25% meer in onderwijs en innovatie. Willen we hen bijhouden, dan zullen we dus ook de portemonnee moeten trekken.

Maar er is meer nodig dan geld alleen. Het hoger onderwijs moet beter georganiseerd worden. Alleen dan kunnen we de kwaliteit leveren van wereldniveau. Afgelopen jaar is er een rapport verschenen van de commissie Veerman die hierover zeer goede adviezen heeft uitgebracht. Zo pleitte de commissie voor scherpere profilering van hoger onderwijsinstellingen. Niet langer alle studies, in alle studentensteden, maar specialisatie en concentratie. Dat bespaart geld, maar stelt instellingen ook in staat om de beste studenten met de beste opleidingen aan te trekken, zowel in binnen als buitenland. Dat kunnen zij alleen door zich te specialiseren en aansluiting te zoeken bij de topinstituten, ook in andere landen. De nadruk moet liggen op kwaliteit en niet op kwantiteit.

Belangrijk is ook dat de excellentie in het hoger onderwijs wordt gestimuleerd. Momenteel is Nederland op kennisgebied wereldkampioen ‘gemiddeld goed’. Het gros van de opleidingen presteert prima, maar het aantal uitschieters is te gering. Door concentratie kan dat worden verbeterd, maar daarnaast is selectie van studenten cruciaal voor het creëren van deze excellente opleidingen. Door het diverse karakter aan opleidingen van hoge kwaliteit die dan ontstaat worden alle opleidingen beter. Ook blijkt uit onderzoek dat 20% van de studenten méér onderwijs willen (colleges, contacturen, opdrachten, uitdaging in het algemeen) dan het huidige curriculum door instellingen voor hoger onderwijs aanbiedt. Daarom is het goed om het aantal University Colleges en Honours-programma’s uit te breiden. In Amerika en Engeland zetten jonge onderzoekers sneller hun ideeën om in concrete toepassingen of nieuwe bedrijfjes. Nederland loopt hierin ver achter. Door het slechten van bureaucratie kunnen beginnende bedrijfjes worden gestimuleerd, maar de Nederlandse student moet ook zelf meer lef tonen om een bedrijf te beginnen.

Van studenten mag verwacht worden dat ze goed voorbereid het onderwijs binnenkomen. Daarom zijn matching-gesprekken vooraf aan een studie belangrijk. In deze gesprekken kan gevraagd worden naar de motivatie van een student om een bepaalde richting te studeren. Hoewel de gesprekken in principe vrijblijvend zijn, is de ervaring dat studenten zich bij twijfel achter de oren krabben. Elk jaar opnieuw haalt 30% van de studenten die aan een studie begint nooit een diploma. En dat is maar goed ook. In veel van die gevallen heeft dat te maken met een verkeerde studiekeuze. Ook studenten die uiteindelijk wel afstuderen stappen vaak tussentijds over. Tussen de 20 en 25 procent van de studenten switcht binnen twee jaar van opleiding. Door betere ‘matching’ aan het begin van de studie kan veel geld worden bespaard, en persoonlijke teleurstelling worden voorkomen.

Nederland is zeer afhankelijk van goed onderwijs. Van de boerderij tot aan de zonnecelfabriek. Van de automonteur, tot de hersenchirurg. Allemaal hebben ze te maken met nieuwe technologie, en met hoge eisen aan kennis en vakmanschap. Daarom moeten we juist fors investeren in het basis- en middelbaar onderwijs, in het mbo, hbo en de universiteiten. Maar we moeten ook ons onderwijssysteem durven te hervormen. Alleen dan kan Nederland ‘the best and the brightest’ aantrekken.

Uit: Fiat Justitia, 2011, jaargang 23, nummer 2.

Lees meer over

hoger onderwijs
d66