Oud-premier: “Ik kijk uit naar de contacten met studenten”

door:
Acht jaar lang stond Jan Peter Balkenende aan het roer van Nederland. Met de moord op Pim Fortuyn, de missie in Afghanistan en de grootste economische crisis sinds de jaren `30 was het geen makkelijke periode om minister-president te zijn. Fiat Justitia ondervroeg de veerkrachtige Zeeuw over de aanpak van de crisis, de successen van zijn kabinetten en het leven na de politiek. Over zijn opvolger Mark Rutte wil Balkenende zich niet uitspreken: “Het is volgens mij beter terughoudend te zijn over het beleid van je opvolgers.”

Wat kunnen de economie- en rechtenstudenten verwachten van de leerstoel die u bekleedt aan de Erasmus Universiteit Rotterdam?

De leerstoel heeft als naam ‘Governance, Institutions and Internationalisation’.Tijdens de colleges zal ik ingaan opbestuurlijke kwesties die spelen bijoverheden, ondernemingen enmaatschappelijke organisaties.Natuurlijk gaat het om een combinatievan theorie en praktijk. De ene keergaat een college over de G20 of deEuropese Raad, de andere keer zal hetgaan over maatschappelijkverantwoord ondernemen ofzelfregulering. Ik geef eigenlijkgastcolleges bij bestaande vakken.

Deafgelopen jaren heb ik regelmatigcolleges gegeven aan universiteiten inhet buitenland en vóór mijnpremierschap was ik negen jaarbijzonder hoogleraar aan de VU inAmsterdam. Ik vind het belangrijk datstudenten heel duidelijk hun eigenvisie formuleren. College geven is watmij betreft tweerichtingsverkeer.

Hebt u al een beeld gekregen van ‘de’ Rotterdamse student en de Erasmus Universiteit Rotterdam?

Ik vraag me af of het mogelijk is te spreken over ‘de’ Rotterdamse student. Elke student is anders en dat is maar goed ook. Wel heb ik de afgelopen jaren gemerkt dat er flink wat studenten zijn die goed kunnen organiseren. Conferenties worden door studenten goed bezocht. Velen zijn lid van studentenverenigingen. Er is onder studenten een brede belangstelling, voor zaken die in Nederland spelen en voor internationale kwesties. Ook merk ik dat studenten je gemakkelijk aanschieten over kwesties die hen bezighouden. De Erasmus Universiteit is een goede universiteit met een internationaal profiel. Bij verschillende faculteiten wordt veel gedaan om de kwaliteit te versterken, zowel van onderwijs als onderzoek en dat komt studenten ten goede. De sfeer bevalt me goed. Ik kijk uit naar de contacten met studenten aan de School of Law en de School of Economics.

U bent één dag per week hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. Ambieert u daarnaast een carrière in het bedrijfsleven?

Uiteraard is het hoogleraarschap een nevenactiviteit. Inmiddels ben ik benoemd tot partner bij Ernst & Young en zal daar per 1 april beginnen. Dat wordt dus mijn hoofdfunctie. Ik ga me onder meer bezighouden met internationale advisering en met het thema corporate responsibility. Dit geeft mij ook de mogelijkheid te werken op het snijvlak van publiek en privaat. Er zijn met Ernst & Young goede afspraken gemaakt over de combinatie met mijn hoogleraarschap.

Ik denk dat Nederland betrekkelijk goed door de crisis is geloodst

Hoe beoordeelt u achteraf de wijze waarop u de economische crisis te lijf bent gegaan met uw laatste kabinet?

Toen de crisis in 2008 begon, was er een enorme onzekerheid. Er dreigden banken om te vallen, de financiële crisis sloeg over naar de reële economie, ieder maakte zich grote zorgen over de werkgelegenheid. Deze crisis werd als de ergste sinds de jaren `30 beschouwd. Het eerste dat moest gebeuren, was het overeind houden van de financiële sector. De Nederlandse tak van ABN AMRO en Fortis kwam in overheidshanden, ING en Aegon kregen kapitaalinjecties. Het tweede dat de regering te doen stond was het zoveel mogelijk aan het werk houden van mensen. Door middel van werktijdverkorting en deeltijd-WW en door het accepteren van voorlopig hoge financieringstekorten is dat ook gelukt. Natuurlijk moeten de overheidsfinanciën nu weer wel op orde worden gebracht, want uiteindelijk hebben we te maken gekregen met krimp van de economie en dalende overheidsinkomsten. Ik denk dat Nederland betrekkelijk goed door de crisis is geloodst, maar er moet de komende tijd nog veel werk worden verzet.

Tijdens mijn tweede kabinet is er, tegen de stroom in, een hervormingsbeleid gevoerd dat nodig was.

Durft u zich reeds uit te spreken over de prestaties van uw opvolger Mark Rutte en zijn ministersploeg?

Er is nu een nieuwe regering. Het is niet mijn taak daarop te reflecteren. Het is volgens mij beter terughoudend te zijn over het beleid van je opvolgers. Er zijn al genoeg oud-politici die zich in het debat mengen.

Het centrale thema van deze editie van Fiat Justitia is ‘ondernemerschap’. Hoe is het gesteld met het Nederlandse ondernemersklimaat?

Nederland kent veel goede ondernemingen, die prima presteren, in Nederland en in het buitenland. Het MKB is de banenmotor. Er is, anders dan in het verleden, veel meer een ondernemende spirit ontstaan. Dat merk je ook aan nogal wat studenten. Regelmatig hoor ik verhalen over het opstarten van een eigen bedrijfje. Soms worden die behoorlijk succesvol. Nederland blijft ook een goed vestigingsland voor buitenlandse ondernemingen. Wel zal het ondernemen verder bevorderd kunnen worden. Ik denk dan bijvoorbeeld aan verdere indamming van regels en meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Er liggen heel veel kansen. Ik denk dan met name aan de mogelijkheden op het gebied van duurzaamheid.

U hebt aan het roer gestaan van vier kabinetten. Op welk resultaat van uw periode als minister-president bent u het trotst?

Er zijn veel dingen te noemen, maar ik wijs graag op twee zaken. Tijdens mijn tweede kabinet is er, tegen de stroom in, een hervormingsbeleid gevoerd dat nodig was. De sociale zekerheid werd herzien. Het idee was dat veel meer gekeken moest worden naar watmensen nog kunnen in plaats van wat ze niet meer kunnen. Dat noemen we het activeren van de sociale zekerheid. Om die reden is de WAO gewijzigd, de bijstand herzien en de WW-duur verkort. Dat heeft positieve gevolgen gehad: veel meer mensen zijn weer aan het werk gegaan. Ook werden VUT en prepensioen aangepast. Dat moest, omdat anders de last voor jongere generaties veel te zwaar zou worden. Eerst was er veel kritiek, maar later werd erkend dat de maatregelen noodzakelijk waren.

In 2002 liepen we wat achter in Europa, nu is onze positie duidelijk beter. Het tweede punt heb ik eigenlijk al genoemd. Ik denk dat Nederland op een goede manier door de crisis heen is gekomen. De stijging van de werkloosheid is gelukkig minder groot geworden dan we dachten bij het begin van de crisis.

Over Jan Peter Balkenende

Prof.mr.dr. J.P. Balkenende werd op 7 mei 1956 geboren in Biezelinge. Van 1974 tot 1980 studeerde hij geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam en van 1979 tot 1982 Nederlands recht aan dezelfde universiteit. in 1982 begon hij aan zijn politieke carrière als gemeenteraadslid in Amstelveen. in de tussentijd promoveerde Balkenende in de rechtsgeleerdheid aan de VU. Na zijn promotie ging hij aan de slag als bijzonder hoogleraar sociaal christelijk denken aan de VU. Daarnaast was hij vanaf 1984 stafmedewerker van het wetenschappelijk instituut CDA. In 1998 volgde de overstap naar de landelijke politiek als tweede Kamerlid voor het cDA. in 2002 werd Jan peter Balkenende ministerpresident. tot 2010 stond hij aan het hoofd van vier kabinetten, waarna hij het stokje overdroeg aan zijn opvolger Mark rutte en de politiek verliet. Sinds 1 december 2010 is hij bijzonder hoogleraar aan de erasmus School of Law en erasmus School of economics. per 1 april 2011 gaat hij aan de slag als partner bij ernst & Young.

Uit: Fiat Justitia, 2011, jaargang 23, nummer 2.