Verdachten kunstroof klagen Rotterdam en Kunsthal aan

door:
De Roemeense verdachten van de kunstroof beginnen nu zelf een rechtszaak tegen de gemeente Rotterdam en de Kunsthal, zo zegt hun advocaat Catalin Dancu. Vandaag verschijnen de zes verdachten voor de Roemeense rechter, nadat de zaak al twee keer werd opgeschort.

De zaak zou oorspronkelijk in augustus dienen, maar vandaag is eindelijk pas de zitting. De verdachten vinden dat dit trage procesverloop te wijten is aan de gemeente Rotterdam en de Kunsthal, die stukken niet op tijd naar Roemenië hebben gestuurd. Nederland wordt narcistisch gedrag verweten, omdat iedere fout zou worden gezien als de schuld van de Roemenen.

De zes verdachten, waarvan één nog steeds spoorloos, worden beschuldigd van de diefstal en verduistering van zeven kunstwerken uit de Rotterdamse Kunsthal. Onder deze kunstwerken bevonden zich zeer waardevolle doeken van onder andere Claude Monet en Pablo Picasso.
Uit onderzoek van asresten uit een kachel bleek dat drie van de zeven schilderijen in Roemenië verbrand zijn. Na de diefstal werden de schilderijen bij de moeder van de hoofdverdachte ondergebracht. Toen duidelijk werd dat haar zoon in officiële staat van beschuldiging werd gesteld, besloot zij de schilderijen te verbranden.
Wat er met de overige schilderijen is gebeurd is niet duidelijk. De doeken zijn waarschijnlijk ook verbrand in een kachel, ook al houdt een van de hoofdverdachten vol dat vijf doeken aan Nederland kunnen worden teruggegeven. De totale waarde van de doeken bedroeg ongeveer 18 miljoen euro.

Een van de verdachten, Eugen Darie, verklaart vandaag in het AD echter dat hij dacht dat de doeken nep waren, omdat ze zo slecht waren beveiligd. Toen ze de Kunsthal bezochten om het museum te verkennen, zagen ze helemaal geen beveiliging. Daarom was hij ervan overtuigd dat het replicas waren. Of de rechter dit ook gelooft, zullen we snel te weten komen.