Zijn dure beha’s een vorm van discriminatie ten opzichte van mannen?

door:
Kun je bijzondere bijstand van de gemeente krijgen omdat je (grote) beha’s moet kopen en mannen niet? Hierover ging het BH arrest van de Centrale Raad van Beroep.

Een vrouw uit Tilburg met een bijstandsuitkering heeft vier beha’s aangeschaft voor een bedrag van 60 euro. Hiervoor vraagt ze een tegemoetkoming aan bij de gemeente. Deze tegemoetkoming, de bijzondere bijstand, wordt alleen gegeven als er sprake is van bijzondere omstandigheden waaruit noodzakelijke kosten voortvloeien die de opvrager niet kan betalen van zijn of haar inkomstenbronnen. Als de gemeente de bijzondere bijstand weigert en haar bezwaarschrift afwijst, gaat de vrouwin beroep bij de rechtbank, welke haar klacht ongegrond verklaart. Hierop gaat ze in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter op het gebied van sociale zekerheidsrecht.

Als argumenten brengt ze naar voren dat haar grote cupmaat, 85D, extra kosten met zich mee brengt. Ze brengt ook naar voren dat ze met haar beha-maat geen tweedehands beha’s kan aanschaffen. Daarnaast is ze ook van mening dat het besteden van haar uitkering aan beha’s een vorm van discriminatie is ten opzichte van het andere geslacht. De vrouw heeft al eerder bijzondere bijstand gekregen voor een koelkast en een fiets en vindt deze aanvraag net zo’n bijzondere omstandigheid als haar andere voorbeelden.

De rechter zegt dat de kosten voor onderkleding worden gerekend ‘tot de periodiek voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan’. En dat dit gewoon onder de bijstandsuitkering valt. Er is dan ook geen sprake van bijzondere omstandigheden, haar beha’s slijten niet sneller en de rechter vind niet van belang dat er geen tweedehands markt voor deze specifieke aankopen is.

Met betrekking tot discriminatie definieert de rechter dat er een plicht is om gelijke gevallen gelijk te behandelen en ongelijke gevallen ongelijk, dit naar de mate van hun ongelijkheid. De ongelijke behandeling zou moeten zijn dat mannen en vrouwen dezelfde uitkering ontvangen, terwijl mannen geen kosten voor beha’s hebben.
De bijstandswet maakt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen stelt de rechter. Wel bestaan er toeslagen voor verschillende leeftijden, woon- en leefvormen. Maar niet voor het geslacht of ‘uiterlijke kenmerken’.

Van belang is dat burgers met een uitkering vrij dat geld mogen besteden naar eigen inzicht. Bij een uitkering is er sprake van een ‘all-in norm’, alles moet hiervan gedaan worden. Dat mannen en vrouwen hun vrije besteding anders invullen, naar hun kenmerken en behoeften is een feit van algemene bekendheid”. De rechter vindt dat daarmee Bijstandswet nog niet discriminerend is.
De vrouw verliest de zaak en krijgt haar bijzondere bijstand voor beha’s niet.

Heeft de rechter in casu juist gehandeld of zijn er toch mensen die van mening zijn dat er sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel?